|
|
|
|
ALGEMENE INFORMATIE OVER BENIN |
|
Lokale Tijd: |
|
|
Ligging: |
West
Afrika. Het werkgebied ligt in en rond de stad Cotonou
in het zuiden en in de plattelandsprovincies Mono en
Couffo in het zuidwesten. Benin is 3 keer zo groot als
Nederland. |
|
Klimaat: |
Tropisch
warm en vochtig met een gemiddelde temperatuur van 28
graden. Regenperiodes van april tot juli en oktober tot
november. |
|
Bevolking: |
|
|
Totale
bevolking van dit gebied: |
Naar
schatting 6,2 miljoen inwoners, verdeeld over ongeveer
20 etnische groepen. Daarvan is de groep Fon-sprekenden
het grootste (ongeveer 25%), terwijl de groep Adja-
sprekenden 6,5 % bedraagt. In Benin worden ongeveer 50
talen gesproken. De officiële taal is Frans |
|
Bestaan: |
Benin is
de bakermat van de voodoo, een animistische godsdienst.
De voodoo heeft nog veel invloed op het dagelijks leven.
Ongeveer 20% van de bevolking is christen, 15% is
moslim. |
|
Munt: |
100 FCFA
is ongeveer 0,15 eurocent. |
|
| |
|
|
Werken voor je toekomst
Apprentisage doet denken aan slavernij
door: Henk Prins
Joseph, een Beninese jongen van 19 jaar. Je kunt
hem in Cotonou overal tegenkomen waar gebouwd wordt. Joseph is
metselaarsleerling (apprenti). Hij doet het werk al vanaf zijn tiende. Eerst
deed hij klusjes als opruimen, gereedschappen schoonmaken en water en zand
aansjouwen. Nu verstaat hij zijn vak. Hij is zelfstandig aan het werk en
heeft zelf een aantal leerlingen onder zich. Zijn baas komt af en toe kijken
hoe het gaat en geeft nieuwe opdrachten.
In Benin volgen veel jongeren een opleiding als ’apprenti’. Voor veel ouders
is het reguliere onderwijs te duur. Daarnaast hebben niet alle jongeren de
capaciteiten om het reguliere onderwijs te volgen. Voor deze groep is
apprentisage een oplossing. Hun ouders maken afspraken met een leermeester,
die vervolgens de zorg voor de opleiding op zich neemt.
 |
|
Joseph verstaat zijn vak. Hij is zelfstandig aan het werk
en heeft zelf een aantal
leerlingen onder
zich. |
Zwaar werk
Sommige leerlingen beginnen al als kind op een leeftijd van 8 of 9 jaar. De
baas neemt dan ook de zorg voor voeding en onderdak op zich. Een goed leven
hebben deze jonge leerlingen bepaald niet. Ze moeten zwaar werk doen en
krijgen pas zorg als ze daadwerkelijk wat op gaan brengen. Veel van de
kinderen worden toevertrouwd aan een oudere leerling. Ze slapen op de
werkplek, vaak in de open lucht. Wanneer de leerlingen op oudere leeftijd
beginnen, betalen de ouders een vast bedrag voor het onderwijs. Na een
aantal jaren het vak in de praktijk geleerd te hebben krijgt de leerling een
diploma. Met behulp van dit diploma kan hij in principe voor zichzelf
beginnen. Een gedeelte doet dit inderdaad. Een ander gedeelte blijft bij de
baas aan het werk als werknemer tegen een salaris.
Langer leerling
Het is de baas die bepaalt wanneer hij het diploma wil geven. Als een
leerling zijn werk goed verstaat wordt hij echter interessant. De baas van
Joseph gaat daardoor niet snel over tot het verstrekken van het diploma.
Joseph blijft dus veel langer leerling dan nodig is. Een hindernis voor het
verkrijgen van het diploma zijn de hiermee gemoeide kosten. Naast het
diplomageld moet een groot bedrag betaald worden voor de diploma-uitreiking.
Hiervoor moet veel eten en drank worden ingekocht voor de baas. Dit legt een
zware last op de ouders en de leerling. Zoals verschillende collega’s moet
Joseph nu bijklussen naast zijn gewone werk om zijn baas te kunnen betalen
om ’vrij’ te komen. Apprentisage doet op zo’n manier sterk denken aan
slavernij.
DVN/GoWa
Ook jongeren uit de ERCB zijn als leerling aan het werk. Naast financiële
steun geeft DVN-GoWa adviezen aan de ouders. Er wordt op toegezien dat er
een duidelijk contract getekend wordt door de leermeester. Indien nodig
wordt geholpen om er bij de baas op aan te dringen dat hij de leerling laat
gaan na afloop van het contract. Op deze manier werken we met de jongeren
mee aan hun toekomst.
Uit: Tot aan de einden der
aarde - april 2005 - |