|
|
|
|
ALGEMENE INFORMATIE OVER BENIN |
|
Lokale Tijd: |
|
|
Ligging: |
West
Afrika. Het werkgebied ligt in en rond de stad Cotonou
in het zuiden en in de plattelandsprovincies Mono en
Couffo in het zuidwesten. Benin is 3 keer zo groot als
Nederland. |
|
Klimaat: |
Tropisch
warm en vochtig met een gemiddelde temperatuur van 28
graden. Regenperiodes van april tot juli en oktober tot
november. |
|
Bevolking: |
|
|
Totale
bevolking van dit gebied: |
Naar
schatting 6,2 miljoen inwoners, verdeeld over ongeveer
20 etnische groepen. Daarvan is de groep Fon-sprekenden
het grootste (ongeveer 25%), terwijl de groep Adja-
sprekenden 6,5 % bedraagt. In Benin worden ongeveer 50
talen gesproken. De officiële taal is Frans |
|
Bestaan: |
Benin is
de bakermat van de voodoo, een animistische godsdienst.
De voodoo heeft nog veel invloed op het dagelijks leven.
Ongeveer 20% van de bevolking is christen, 15% is
moslim. |
|
Munt: |
100 FCFA
is ongeveer 0,15 eurocent. |
|
| |
|
|
Dan had je maar een vak moeten leren...
“God heeft me hierheen
gestuurd om jullie te zeggen dat jullie niet met je armen over elkaar moeten
blijven zitten.” Mevrouw Ayah Honorine straalt gezag uit. De struise dame is
dan ook een bekend couturière, die ook nog eens een studie haute couture
heeft gedaan. Ze is naar het kerkgebouw van de ERCB in Cotonou gekomen,
omdat de apprenti’s vandaag hun kunnen moeten tonen. Kleermaker is in Benin
een gewild beroep. Veel mensen willen zich nog graag originele Afrikaanse
kleding laten aanmeten, ondanks de lawine westerse jeans en T-shirts, die
nieuw of tweedehands de markt overspoelt.
 |
|
De reparateur
geconcentreerd bezig. |
In Benin bestaat nog een
soort gildesysteem. Jongeren die een vak willen leren gaan in de leer bij
een gevestigde middenstander. Dat kan een kleermaker zijn, maar evengoed een
kapper, of een timmerman. In de leertijd verdient de apprenti, de leerling,
niets.
Op die zaterdagmorgen komen ruim tien jongeren om een test af te leggen
onder het toeziend oog van een deskundige. Voor het kleermakersgilde is dat
dus mevrouw Ayah. Ze houdt aan het begin van de uren durende bijeenkomst een
peptalk met een bijbels tintje. “In Genesis wordt ons gezegd dat we aan het
werk moeten. Alles wat ik meer weet dan jullie wil ik met jullie
uitwisselen. Samen werken we aan een betere toekomst. Fijn dat jullie gehoor
hebben gegeven aan de oproep. We zullen jullie werk evalueren voor God.”
De jongens die zich in het kleermakersvak bekwamen krijgen vervolgens een
opdracht van de matrone, die nogal wat haute couture in haar toespraak deed.
De andere apprenti’s gaan eveneens van start. De verpleeghulp moet bloeddruk
meten en er is inmiddels publiek genoeg dat als proefkonijn wil dienen. Een
oudere zuster van de gemeente is model voor de kapster en zit al snel met
krulspelden in het haar. Een technicus in spe gaat aan de slag om de motor
van een ventilator te repareren.
Intussen hebben broeder Janvier Sodjinou en Henk Prins, de opbouwwerker van
DVN-GoWa (het samenwerkingsverband van Gouda/Waddinxveen en De Verre
Naasten), aan een tafel plaats genomen. Ze roepen een leerling, die nog niet
aan de beurt is om de vaardigheidstest uit te voeren. Ze spreken met hem
over zijn motivatie en over de vorderingen, die er de laatste tijd zijn
gemaakt. Over het algemeen worden de beoordelaars niet vrolijk van de
getuigenissen, die de leerlingen geven. Er zou wat meer initiatief moeten
worden getoond. In samenwerking met de Gereformeerde Kerk, de ERCB, betaalt
DVN-GoWa een deel van de stage. Vervolgens moeten de leerlingen zelf in de
benen om een inkomen te halen uit het geleerde. En aan die inzet schort het
wel eens. Wel staat men al vaak klaar met vragen om gereedschap en machines
waarvoor naar DVN-GoWa gekeken wordt.
Henk Prins wijt de laksheid van sommige leerlingen ook aan de wijze waarop
voor een bepaald beroep wordt gekozen. Over het algemeen kiezen de ouders
het beroep van hun kinderen. Voor een tegelzetter is het gemakkelijk dat
zijn zoon metselaar wordt. Maar vaak ligt de interesse van de jongere ergens
anders dan in de werkplaats van zijn vader of moeder.
De ontwikkelingswerker stimuleert de leden van de Gereformeerde Kerk in
Cotonou om zelf meer initiatief te nemen. Dat is men over het algemeen niet
gewend. “Maar als je de economie wilt ontwikkelen, moet je initiatief
nemen”.
Uit: Naast\ - maart 2008
|