|
“Voor mij is deze oorlog het zwarte beest. Ik was handelaar en deed goede
zaken. Ik ben nu alles kwijt. We moesten vluchten naar de brousse
voor de militairen. Daar hebben we maanden lang honger geleden. We hadden
geen medicijnen. We zijn hier nu weer in ons dorp, maar we hebben niets
meer. En er zijn veel van onze buren gemarteld en vermoord. Vrouwen werden
verkracht. We waren een speelbal in de strijd tussen rebellen en regerings-
en Zimbabwaanse troepen.”
Kikuakua Nrimanyi, zit met vrouw en zeven kinderen voor de lemen hut, die
hij heeft opgebouwd op de resten van zijn afgebrande woning in Ezjimba. Hij
vertelt over de vergeten oorlog.

Vorige maand was de aandacht van alle Nederlandse media gericht op de
herdenking van de afschuwelijke genocide op miljoenen mensen in Rwanda. Die
ramp, die vrijwel niemand zag aankomen, voltrok zich tien jaar geleden.
Sindsdien strijden in Oost-Congo milities om de macht. Niemand is er zeker
van zijn bestaan.
Niemandsland
Ezjimba
ligt in een soort niemandsland in de Congolese provincie Oost-Kasaï, zestig
kilometer ten oosten van de stad Kabinda. In het oosten zijn ‘de rebellen’
met connecties in Rwanda de baas, terwijl het westen min of meer in handen
is van militairen van de
Kikuakua Nrimanyi alles kwijt.
Democratische Republiek Congo.
Al
jaren verkeert de bevolking hier in angst en vrees. Of ze worden onderdrukt
en uitgebuit door de rebellen uit het Oosten, óf ze worden afgeperst en
geïntimideerd door de militairen van president Joseph Kabila. Militairen,
onderwijzers en ambtenaren worden in Congo niet of nauwelijks betaald; dus
moeten ze op andere manieren aan de kost zien te komen. Voor de niet of
nauwelijks opgeleide militairen is dan intimidatie en afpersing de manier om
aan voedsel te komen. Hun seksuele lusten vieren ze bot op vrouwen en
meisjes.
Als
ik samen met een afvaardiging van de ERCC uit Lubumbashi in Ezjimba aankom,
is het enthousiasme in het dorp enorm. Vier jaar lang is er vanuit het
zuiden geen contact mogelijk geweest met de drieëntwintig gemeenten van de
Eglise Réformée Confessante au Congo in deze regio. Het isolement is
doorbroken en op staande voet wordt een samenkomst gehouden om de Here te
danken voor de hernieuwde contacten en voor de hulp die daagt.

Madinda Mbo, met op haar schoot twee
kinderen, dankt God dat ze leeft, maar ze wil zo graag echte vrede. Zwanger
van een tweeling ontvluchtte ze de rebellen, maar ze werd achtervolgd en
misbruikt. Haar kind van tien – “Mijn zoontje zat al in het derde jaar van
de basisschool. Hij was de beste van de klas!” - liet het leven vanwege de
ontberingen. Haar tweeling werd in de
brousse geboren en is goed gezond.
Madinda Mbo heeft aan alles gebrek.
Binnenkort zal ze een noodhulppakket ontvangen
met kleding, een deken, een hak, zout en zeep.
Er is ook een grote schaarste aan bijbels.
Medewerker van De Verre Naasten,
Marlies Schipstra kon Madinda Mbo
en anderen al een bijbel overhandigen.
“Het
was midden in de nacht toen rebellen in ons dorp kwamen en mijn huis binnen
vielen. Ze plunderden onze voedselvoorraad, maar pakten ook mijn vrouw. Ik
moest toekijken hoe ze mijn vrouw verkrachtten. Ook mijn kinderen waren
erbij. Ze hebben mijn vrouw daarna meegenomen en ik heb ze nooit terug
gezien. Ik vrees dat ze niet meer leeft.” Dit is het aangrijpende relaas van
Mukile Kiyenga.
In
deze streek zijn duizenden burgers verdwenen. Velen zijn op afschuwelijke
wijze aan hun eind gekomen. Ze werden levend begraven of in stukken gehakt
om vervolgens opgegeten te worden. De laagste instincten hebben de overhand
gekregen met o.a. kannibalisme tot gevolg.
‘Vredig’
Ezjimba is een groot dorp in een savanne-achtig landschap: de brousse. Het
lijkt er nu één en al vrede. Vrouwen staan er maïs te stampen in een grote
vijzel. Een kleermaker trapt zijn naaimachine en maakt een pagne. Kinderen
spelen hun spel. Maar dat spel spelen ze tussen de zwart geblakerde resten
van huizen.

Een ontmanteld legervoertuigen is een van de weinige zichtbare herinneringen
aan de oorlog.
In
het dorp heerst angst. Want de vlam kan zo weer in de pan slaan. Dan barst
de oorlog weer los. En inmiddels: de weg kan je zo versperd worden door óf
rebellen óf militairen die 100 franc van je eisen, voordat je mag passeren.
Vrouwen zijn niet veilig of ze moeten hun ‘diensten’ verlenen.
Mutamba Muinbi is onderwijzer, maar kan nauwelijks les geven, want alle
leermiddelen zijn verdwenen. Er zijn veel kinderen in het dorp, maar ze
blijven – zoals heel veel kinderen in DR Congo – verstoken van onderwijs.
Overigens is ook de kindersterfte groot, want er is weinig voedsel en aan
medicijnen is groot gebrek.
Rtv Véritas
Norbert Melvilde treffen we op het terrein van de r.k. missie
in Kabinda. Hij woont er al 33 jaar en heeft de ellende van de laatste jaren
van nabij meegemaakt. Hij leidde aanvankelijk de bouwerij van de missie,
maar houdt zich de laatste jaren bezig met het in de lucht houden van het
rtv-station Véritas.
Kabinda is steeds een ‘neutrale’ enclave geweest in het oorlogsgebied. Veel
uitgeputte en uitgeteerde mensen heeft Norbert zien binnenkomen.

Deze vrouw werd slachtoffer van de oorlogshandelingen en raakte invalide.
Maar
hij vertelt ook over de ellende die zich een aantal jaren geleden, vóór de
val van president Mobutu, voordeed. In de welvarende zuidelijke provincie
Shaba woonden al generaties lang mensen uit Oost- en West-Kasaï. Deze
Kasaiën hadden ook bijgedragen aan welvaart in die provincie. Van
hogerhand kregen zij echter opdracht terug te gaan naar hun eigen gebied.
Het werd een complete volksverhuizing, waarbij velen het leven lieten.
Gezinnen werden uit elkaar gerukt, omdat bijv. de man uit Shaba kwam en de
vrouw een Kasaïen was. Velen moesten een nieuw bestaan opbouwen in een
gebied dat ze nooit gekend hadden. Norbert Melvilde vertelt dat daardoor
nieuwe dorpen zijn ontstaan.
Kabila
Na de volkerenmoord in 1994 helpen Rwanda en Uganda
Laurent-Désiré Kabila in het zadel. Met zijn rebellen trekt hij naar het
Westen om uiteindelijk in mei1997 in Kinshasa president te worden. Het land
dat jaren Zaïre heette, krijgt dan de naam Democratische Republiek Congo.
Kabila laat een spoor van plunderingen na o.a. in het gebied Lomami en hij
krijgt bepaald niet heel DR Congo onder controle. Het Oosten van Congo
blijft onrustig door het optreden van verschillende rebellenbewegingen.
In
augustus 1998 willen Rwanda en Uganda opnieuw proberen het bewind in
Kinshasa omver te werpen. Maar Kabila redt het met hulp van Zimbabwe, Angola
en Namibië.
Folteringen
en moord
Norbert Melvilde: “We zaten hier lange tijd weer in het schootsveld tussen
enerzijds de rebellen uit Rwanda en anderzijds Zimbabwaanse troepen. Toen
die troepen uit Zimbabwe kwamen, hadden we eerst wat verlichting. Het waren
goed opgeleide militairen en geen zootje ongeregeld. Van al die legerwagens
militairen, die hier voorbij zijn getrokken, is er geen een teruggekomen. De
meesten zijn gesneuveld.
Vijf
jaar zijn we ingesloten geweest. De bevolking had het in de omgeving van
Ezjimba ontzettend zwaar. Velen werden afgemaakt, na eerst tot aan de
schouders in de grond te zijn gezet. Het was een enorme misère. Honderden
vluchtten, totaal uitgeput, naar Kabinda.
Wij gebruikten ons radiostation zo goed mogelijk. We riepen de ouders op om
hun kinderen te laten vaccineren. Maar de rebellen lieten niet toe, dat wij
de kinderen zouden vaccineren. Ze zeiden dat de Congolese overheid de
kinderen kapot wilde maken. Veel kinderen stierven, omdat ze niet ingeënt
waren.
Er
zijn hier – over en weer - verschrikkelijke dingen gebeurd.
Hele
dorpen zijn afgebrand. Het Rwandese leger was het gevaarlijkst. Militairen
pakten jongens in de dorpen op en dwongen ze mee te doen aan de gevechten.
Tijdens die gevechten gingen soms Congolese militairen met de rebellen
meevechten.”
Melvilde ziet de toekomst somber in: “Er lopen hier mensen rond die
duizenden doden op hun geweten hebben, die mensen hebben gefolterd,
afgemaakt en soms opgegeten. Dat geeft hier grote spanningen. Want hoe kun
je dan zeggen: alles is vergeven en vergeten en we zijn weer één geworden?
Als ze je vrouw, kind of broer kapot hebben gemaakt, hoe kun je dan zeggen:
je bent mijn vriend? Het is allemaal theorie. Er is hier geen familie,
waarvan niet een familielid is doodgemaakt.
Ja,
de wereld heeft voor deze oorlog geen aandacht gehad en heeft dat nog niet.
Soms heb je de indruk dat men denkt ‘laat ze mekaar daar maar uitmoorden’.
De
mensen die hier de macht hebben, maar ook op nationaal niveau, denken alleen
aan zichzelf, aan hun eigen belangen.”
De
mensen zouden veel weerbaarder moeten worden, vindt Melvilde: “Wat de
mensen hier willen is een leefbaar leven. Maar ze zijn zich vaak niet bewust
dat ze in onhoudbare misère en armoede leven. Ze zouden hun rechten meer
moeten opeisen, zoals onlangs gebeurd is op ‘de dag van de vrouw’ , toen
honderden vrouwen geprotesteerd hebben bij de vice-president in Kinshasa.
Maar ook de stammentegenstellingen vormen een enorm probleem. Ik heb de hoop
op de jeugd gevestigd. Die moet zich er bewust van worden dat er
samengewerkt moet worden.”
  
Helpen
In de regio Lomami, provincie Oost-Kasaï, zijn 23 gemeenten van de
Eglise Réformée Confessante au Congo (ERCC) geconfronteerd met vele
ontheemden uit de door rebellen bezette gebieden. Scholen en
ziekenhuizen zijn bijna niet aanwezig. Ziekten, epidemieën, honger,
ondervoeding, gebrek aan allerlei middelen zijn aan de orde van de dag.
Vanwege eigen armoede kunnen de leden van de ERCC-gemeenten nauwelijks
helpen, terwijl ze wel graag wat willen betekenen voor de ontheemden om
daarmee ook inhoud te geven aan christelijke naastenliefde. Daarom heeft
de stichting De Verre Naasten, die in samenwerking met de ERCC
een groot aantal ontwikkelingsprojecten in DR Congo uitvoert, een
hulpactie op touw gezet.
EO-Metterdaad heeft
inmiddels toegezegd het project te willen financieren. Daarvoor wordt
door EO-Metterdaad een actie gehouden.
De actie voorziet in het
verstrekken van hulppakketten aan 720 gezinnen. Die pakketten bevatten
kleding, dekens, zout, zeep en landbouwgereedschap.
|