CONGO ::  Informatie  |  Medewerkers | Lokale Partners  |  Projecten  Zendende Instantie | Wereldkaart  | Home     

 

Artikelen Archief:

::

Investeren in Afrika

::

Congo-werk beëindigd

::

Ds. Mbayo

::

Dreaming Isabelle

::

Mama Georgette slijt honderden bijbels

::

"Mensen, wat een werk!"

::

Goede toekomst geen utopie voor klas drie!

::

Geen bevrijdingsceremonie, maar de bijbel open en bidden!

::

Fam. van Leeuwen repatrieert

::

Berea-studenten geslaagd

::

Naar de bios in Kitanda

 


Meer artikelen...

ALGEMENE INFORMATIE OVER CONGO

Lokale Tijd:

Ligging:

In het hart van Afrika. Ons werkgebied is de provincie Katanga in het zuidoosten van het land en de provincie Kassaï in het midden van het land.

Klimaat:

Tropisch landklimaat met gemiddelde temperaturen tussen de 20 en 30 graden

Bevolking:

Voornamelijk Bantoestammen

Godsdienst:

Ongeveer de helft van de bevolking is Rooms-Katholiek, een kwart is protestant. Ongeveer 10-20% van de bevolking hangt een animistische (inheemse) godsdienst aan.

Bestaan:

M.n. landbouw. Er is erg veel werkloosheid in Congo.

Munt:

De Congolese Franc. De waarde van de franc is erg aan inflatie onderhevig. In april 2002 was 1 Congolese Franc 0,3 eurocent waard.
 

 

 
‘Vergeten oorlog’ in DR Congo
eist nog steeds slachtoffers
Lees hier ook het interview met Jean Paul in de uitzending op14 mei bij twee vandaag.  
door Tjerk S. de Vries    

“Voor mij is deze oorlog het zwarte beest. Ik was handelaar en deed goede zaken. Ik ben nu alles kwijt. We moesten vluchten naar de brousse voor de militairen. Daar hebben we maanden lang honger geleden. We hadden geen medicijnen. We zijn hier nu weer in ons dorp, maar we hebben niets meer. En er zijn veel van onze buren gemarteld en vermoord. Vrouwen werden verkracht. We waren een speelbal in de strijd tussen rebellen en regerings- en Zimbabwaanse troepen.”

Kikuakua Nrimanyi, zit met vrouw en zeven kinderen voor de lemen hut, die hij heeft opgebouwd op de resten van zijn afgebrande woning in Ezjimba. Hij  vertelt over de vergeten oorlog.

Vorige maand was de aandacht van alle Nederlandse media gericht op de herdenking van de afschuwelijke genocide op miljoenen mensen in Rwanda. Die ramp, die vrijwel niemand zag aankomen, voltrok zich tien jaar geleden. Sindsdien strijden in Oost-Congo milities om de macht. Niemand is er zeker van zijn bestaan.

Niemandsland
Ezjimba ligt in een soort niemandsland in de Congolese provincie Oost-Kasaï, zestig kilometer ten oosten van de stad Kabinda. In het oosten zijn ‘de rebellen’ met connecties in Rwanda de baas, terwijl het westen min of meer in handen is van militairen van de                             Kikuakua Nrimanyi alles kwijt.
Democratische Republiek Congo. 

Al jaren verkeert de bevolking hier in angst en vrees. Of ze worden onderdrukt en uitgebuit door de rebellen uit het Oosten, óf ze worden afgeperst en geïntimideerd door de militairen van president Joseph Kabila. Militairen, onderwijzers en ambtenaren worden in Congo niet of nauwelijks betaald; dus moeten ze op andere manieren aan de kost zien te komen. Voor de niet of nauwelijks opgeleide militairen is dan intimidatie en afpersing de manier om aan voedsel te komen. Hun seksuele lusten vieren ze bot op vrouwen en meisjes.

Als ik samen met een afvaardiging van de ERCC uit Lubumbashi in Ezjimba aankom, is het enthousiasme in het dorp enorm. Vier jaar lang is er vanuit het zuiden geen contact mogelijk geweest met de drieëntwintig gemeenten van de Eglise Réformée Confessante au Congo  in deze regio. Het isolement is doorbroken en op staande voet wordt een samenkomst gehouden om de Here te danken voor de hernieuwde contacten en voor de hulp die daagt.

Madinda Mbo, met op haar schoot  twee kinderen, dankt God dat ze leeft, maar ze wil zo graag echte vrede. Zwanger van een tweeling ontvluchtte ze de rebellen, maar ze werd achtervolgd en misbruikt. Haar kind van tien – “Mijn zoontje zat al in het derde jaar van de basisschool. Hij was de beste van de klas!” - liet het leven vanwege de ontberingen. Haar tweeling werd in de brousse geboren en is goed gezond.


 

Madinda Mbo heeft aan alles gebrek.
Binnenkort zal ze een noodhulppakket ontvangen
met kleding, een deken, een hak, zout en zeep.
Er is ook een grote schaarste aan bijbels.
Medewerker van De Verre Naasten,  
Marlies Schipstra kon Madinda Mbo
en anderen al een bijbel overhandigen.

“Het was midden in de nacht toen rebellen in ons dorp kwamen en mijn huis binnen vielen. Ze plunderden onze voedselvoorraad, maar pakten ook mijn vrouw. Ik moest toekijken hoe ze mijn vrouw verkrachtten. Ook mijn kinderen waren erbij. Ze hebben mijn vrouw daarna meegenomen en ik heb ze nooit terug gezien. Ik vrees dat ze niet meer leeft.” Dit is het aangrijpende relaas van Mukile Kiyenga.

In deze streek zijn duizenden burgers verdwenen. Velen zijn op afschuwelijke wijze aan hun eind gekomen. Ze werden levend begraven of in stukken gehakt om vervolgens opgegeten te worden. De laagste instincten hebben de overhand gekregen met o.a.  kannibalisme tot gevolg.

‘Vredig’
Ezjimba is een groot dorp in een savanne-achtig landschap: de brousse. Het lijkt er nu één en al vrede. Vrouwen staan er maïs te stampen in een grote vijzel. Een kleermaker trapt zijn naaimachine en maakt een pagne. Kinderen spelen hun spel. Maar dat spel spelen ze tussen de zwart geblakerde resten van huizen.

Een ontmanteld legervoertuigen is een van de weinige zichtbare herinneringen aan de oorlog.

In het dorp heerst angst. Want de vlam kan zo weer in de pan slaan. Dan barst de oorlog weer los. En inmiddels: de weg kan je zo versperd worden door óf rebellen óf militairen die 100 franc van je eisen, voordat je mag passeren. Vrouwen zijn niet veilig of ze moeten hun ‘diensten’ verlenen.

Mutamba Muinbi is onderwijzer, maar kan nauwelijks les geven, want alle leermiddelen zijn verdwenen. Er zijn veel kinderen in het dorp, maar ze blijven – zoals heel veel kinderen in DR Congo – verstoken van onderwijs.

Overigens is ook de kindersterfte groot, want er is weinig voedsel en aan medicijnen is groot gebrek.

Rtv Véritas
Norbert Melvilde treffen we op het terrein van de r.k. missie in Kabinda. Hij woont er al 33 jaar en heeft de ellende van de laatste jaren van nabij meegemaakt. Hij leidde aanvankelijk de bouwerij van de missie, maar houdt zich de laatste jaren bezig met het in de lucht houden van het rtv-station Véritas.

Kabinda is steeds een ‘neutrale’ enclave geweest in het oorlogsgebied. Veel uitgeputte en uitgeteerde mensen heeft Norbert zien binnenkomen.

Deze vrouw werd slachtoffer van de oorlogshandelingen en raakte invalide.

Maar hij vertelt ook over de ellende die zich een aantal jaren geleden, vóór de val van president Mobutu, voordeed. In de welvarende zuidelijke provincie Shaba woonden al generaties lang mensen uit Oost- en West-Kasaï. Deze Kasaiën hadden ook bijgedragen aan welvaart in die provincie.  Van hogerhand kregen zij echter opdracht terug te gaan naar hun eigen gebied. Het werd een complete volksverhuizing, waarbij velen het leven lieten. Gezinnen werden uit elkaar gerukt, omdat bijv. de man uit Shaba kwam en de vrouw een Kasaïen was. Velen moesten een nieuw bestaan opbouwen in een gebied dat ze nooit gekend hadden. Norbert Melvilde vertelt dat daardoor nieuwe dorpen zijn ontstaan.

Kabila
Na de volkerenmoord in 1994 helpen Rwanda en Uganda Laurent-Désiré Kabila in het zadel. Met zijn rebellen trekt hij naar het Westen om uiteindelijk in mei1997 in Kinshasa president te worden. Het land dat jaren Zaïre heette, krijgt dan de naam Democratische Republiek Congo.

Kabila laat een spoor van plunderingen na o.a. in het gebied Lomami en hij krijgt bepaald niet heel DR Congo onder controle. Het Oosten van Congo blijft onrustig door het optreden van verschillende rebellenbewegingen.

In augustus 1998 willen Rwanda en Uganda opnieuw proberen het bewind in Kinshasa omver te werpen. Maar Kabila redt het met hulp van Zimbabwe, Angola en Namibië.

Folteringen en moord

Norbert Melvilde: “We zaten hier lange tijd weer in het schootsveld tussen enerzijds de rebellen uit Rwanda en anderzijds Zimbabwaanse troepen. Toen die troepen uit Zimbabwe kwamen, hadden we eerst wat verlichting. Het waren goed opgeleide militairen en geen zootje ongeregeld. Van al die legerwagens militairen, die hier voorbij zijn getrokken, is er geen een teruggekomen. De meesten zijn gesneuveld.

Vijf jaar zijn we ingesloten geweest. De bevolking had het in de omgeving van Ezjimba ontzettend zwaar. Velen werden afgemaakt, na eerst tot aan de schouders in de grond te zijn gezet. Het was een enorme misère. Honderden vluchtten, totaal uitgeput, naar Kabinda.
Wij gebruikten ons radiostation zo goed mogelijk. We riepen de ouders op om hun kinderen te laten vaccineren. Maar de rebellen lieten niet toe, dat wij de kinderen zouden vaccineren. Ze zeiden dat de Congolese overheid de kinderen kapot wilde maken. Veel kinderen stierven, omdat ze niet ingeënt waren.

Er zijn hier – over en weer - verschrikkelijke dingen gebeurd.

Hele dorpen zijn afgebrand. Het Rwandese leger was het gevaarlijkst. Militairen pakten jongens in de dorpen op en dwongen ze mee te doen aan de gevechten. Tijdens die gevechten gingen soms Congolese militairen met de rebellen meevechten.”

Melvilde ziet de toekomst somber in: “Er lopen hier mensen rond die duizenden doden op hun geweten hebben, die mensen hebben gefolterd, afgemaakt en soms opgegeten. Dat geeft hier grote spanningen. Want hoe kun je dan zeggen: alles is vergeven en vergeten en we zijn weer één geworden? Als ze je vrouw, kind of broer kapot hebben gemaakt, hoe kun je dan zeggen: je bent mijn vriend? Het is allemaal theorie. Er is hier geen familie, waarvan niet een familielid is doodgemaakt.

Ja, de wereld heeft voor deze oorlog geen aandacht gehad en heeft dat nog niet. Soms heb je de indruk dat men denkt ‘laat ze mekaar daar maar uitmoorden’.

De mensen die hier de macht hebben, maar ook op nationaal niveau, denken alleen aan zichzelf, aan hun eigen belangen.”

De mensen zouden veel weerbaarder moeten  worden, vindt Melvilde: “Wat de mensen hier willen is een leefbaar leven. Maar ze zijn zich vaak niet bewust dat ze in onhoudbare misère en armoede leven. Ze zouden hun rechten meer moeten opeisen, zoals onlangs gebeurd is op ‘de dag van de vrouw’ , toen honderden vrouwen geprotesteerd hebben bij de vice-president in Kinshasa. Maar ook de stammentegenstellingen vormen een enorm probleem. Ik heb de hoop op de jeugd gevestigd. Die moet zich er bewust van worden dat er samengewerkt moet worden.”

Helpen
In de regio Lomami, provincie Oost-Kasaï, zijn 23 gemeenten van de Eglise Réformée Confessante au Congo (ERCC) geconfronteerd met vele ontheemden uit de door rebellen bezette gebieden. Scholen en ziekenhuizen zijn bijna niet aanwezig. Ziekten, epidemieën, honger, ondervoeding, gebrek aan allerlei middelen zijn aan de orde van de dag.
Vanwege eigen armoede kunnen de leden van de ERCC-gemeenten nauwelijks helpen, terwijl ze wel graag wat willen betekenen voor de ontheemden om daarmee ook inhoud te geven aan christelijke naastenliefde. Daarom heeft de stichting De Verre Naasten, die in samenwerking met de ERCC een groot aantal ontwikkelingsprojecten in DR Congo uitvoert, een hulpactie op touw gezet.

EO-Metterdaad heeft inmiddels toegezegd het project te willen financieren. Daarvoor wordt door EO-Metterdaad een actie gehouden.

De actie voorziet in het verstrekken van hulppakketten aan 720 gezinnen. Die pakketten bevatten kleding, dekens, zout, zeep en landbouwgereedschap.

 

 

    colofon

Samen leven  in Gods wereld