CONGO ::  Informatie  |  Medewerkers | Lokale Partners  |  Projecten  Zendende Instantie | Wereldkaart  | Home     

 

Artikelen Archief:

::

Investeren in Afrika

::

Congo-werk beëindigd

::

Ds. Mbayo

::

Dreaming Isabelle

::

Mama Georgette slijt honderden bijbels

::

"Mensen, wat een werk!"

::

Goede toekomst geen utopie voor klas drie!

::

Geen bevrijdingsceremonie, maar de bijbel open en bidden!

::

Fam. van Leeuwen repatrieert

::

Berea-studenten geslaagd

::

Naar de bios in Kitanda

 


Meer artikelen...

ALGEMENE INFORMATIE OVER CONGO

Lokale Tijd:

Ligging:

In het hart van Afrika. Ons werkgebied is de provincie Katanga in het zuidoosten van het land en de provincie Kassaï in het midden van het land.

Klimaat:

Tropisch landklimaat met gemiddelde temperaturen tussen de 20 en 30 graden

Bevolking:

Voornamelijk Bantoestammen

Godsdienst:

Ongeveer de helft van de bevolking is Rooms-Katholiek, een kwart is protestant. Ongeveer 10-20% van de bevolking hangt een animistische (inheemse) godsdienst aan.

Bestaan:

M.n. landbouw. Er is erg veel werkloosheid in Congo.

Munt:

De Congolese Franc. De waarde van de franc is erg aan inflatie onderhevig. In april 2002 was 1 Congolese Franc 0,3 eurocent waard.
 

 


Vluchtelingen weer terug naar waar hun huis was

door Anki van Bruggen

In het door burgeroorlog geplaagde land Congo zijn honderdduizenden mensen de afgelopen jaren gevlucht. Alleen al de grote stad Lubumbashi zag haar inwonertal sinds 1996 bijna verdubbelen door de enorme aantallen mensen op de vlucht voor het geweld in noordelijker gebieden. Nu het in sommige delen van het land wat rustiger wordt, helpt De Verre Naasten in Congo mee om vluchtelingen naar huis terug te laten keren.


Lubumbashi: de tweede stad in het immense land Congo. Het echte oorlogsgeweld is voor een groot deel aan de stad voorbij gegaan. Maar de gevolgen van jarenlange burgeroorlog en onlusten zijn enorm en nog dagelijks merkbaar in Lubumbashi. Vrijwel elke familie heeft extra bewoners in huis: familie- of stamgenoten die het geweld van rebellerende groepen zijn ontvlucht. Huisjes waar normaal al acht personen in twee kamers wonen, herbergen nu soms 15 mensen. De magere gezinsinkomens moeten over nog meer mensen worden verdeeld. Want je familie kost en inwoning weigeren, dat is het laatste wat je doet als je Congolees bent.

 

De afgelopen weken zijn 1300 mensen per trein vertrokken vanuit de vluchtelingenkampen in Lubumbashi. Mensen die al zoveel hebben meegemaakt. Die waarschijnlijk geen huis meer hebben en ook geen stukje land. Die alles al een keer hebben verloren. Die onder erbarmelijke omstandigheden een klein beetje veiligheid in Lubumbashi hebben gevonden.

 

 

Vluchtelingenkampen
Wie naar Lubumbashi is gevlucht en daar geen familie heeft, is aangewezen op één van de zes vluchtelingenkampen in de stad of één van de zes in de directe omgeving. Twaalf vluchtelingenkampen waar in totaal 34.000 vluchtelingen wonen. Mande Lenge, de verantwoordelijke voor het programma van De Verre Naasten en Utrechtse Zendingsdeputaten, schrijft over deze situatie: “In de kampen in de stad verblijven de vluchtelingen in grote hangars. De ruimtes zijn in hele kleine kamertjes opgedeeld. De families slapen op lege zakken of gewoon op de grond. Er zijn geen mogelijkheden om geld te verdienen, om fatsoenlijk te overleven of om zich te verzorgen.”
 

 


Mande Lenge: “In het begin was er veel hulp van internationale organisaties: Unicef, Artsen zonder Grenzen, World Vision en anderen maakten het leven mogelijk van de vluchtelingen. Die organisaties trekken zich meer en meer terug. En nu moeten de vluchtelingen zich maar zien te redden. Het is niet moeilijk te raden wat er onder deze omstandigheden gebeurt: ondervoeding, HIV-aids, tuberculose en andere ziektes maken veel slachtoffers. Veel oorlogsvluchtelingen zijn ook nog getraumatiseerd door mishandeling en prostitutie. Vrouwen en kinderen zijn niet alleen door rebellen misbruikt, maar worden ook door hun verwanten aangeboden voor prostitutie om te kunnen overleven. Ook nu nog in de kampen. Kinderen krijgen geen opvoeding, laat staan onderwijs.” Mande Lenge stelde zich persoonlijk op de hoogte van de situatie in de kampen nadat een delegatie van de vluchtelingen bij het DVN-Congo-kantoor om hulp had gevraagd. De hulpvraag was heel duidelijk, vertelt Mande: “We hebben met veel vluchtelingen gesproken. De grootste wens die openlijk werd geuit was: geef ons middelen om te kunnen terugkeren naar huis om daar ons normale bestaan weer op te pakken.”

EO-Metterdaad

Alle repatriërende gezinnen kregen een pakket met noodhulpgoederen mee. (kleding en basisvoedingsmiddelen zoals maïs, zout en olie). Daarnaast eenvoudige landbouwwerktuigen (een hak en een mes). Per persoon werd het treinticket betaald, plus een bedrag van 35 euro bestemd voor het laatste deel van de reis (overigens in de meeste gevallen ook het langste deel).

De Verre Naasten is geen noodhulporganisatie. Maar deze nood kwam heel direct op de collega’s in Congo af. Ook vanuit de ERCC, de gereformeerde kerk, vonden de mensen dat er iets moest gebeuren. De diaconie heeft het al zwaar in een samenleving die door armoe geteisterd wordt, maar wilde heel graag ook iets aan deze moeilijke omstandigheden doen. In 2004 vond een eerste noodhulpactie plaats. Toen zijn 1800 gezinnen van vluchtelingen in een gebied buiten Lubumbashi geholpen met pakketten levensmiddelen, kleren, zeep, bijbels en landbouwwerktuigen. Nu wilden de mensen in Congo iets doen voor de vluchtelingen die vanuit Lubumbashi willen terugkeren naar hun eigen gebied. Samen met de kerk en de overheid in Congo hebben de Congolese medewerkers een grote inspanning verricht om vele gezinnen te laten terugkeren. Deze projecten werden financieel mogelijk gemaakt door acties van EO-Metterdaad. Hoe ging de hele operatie in zijn werk? Allereerst is in Congo een groot comité gevormd met vertegenwoordigers - diakenen – uit de ERCC (de gereformeerde kerk), DVN-Congo en de Divisie Sociale Zaken van de Congolese overheid. Ook vertegenwoordigers van de vluchtelingen zelf maken deel uit van het comité. Dit comité heeft een plan gemaakt. Geïnteresseerde vluchtelingen konden zich vervolgens inschrijven voor terugkeer.
Vluchtelingen terug laten keren is geen kwestie van mensen op de trein zetten. Wil het project succesvol zijn, dan moeten de teruggekeerden wel de kans hebben om hun leven in de thuisregio weer op te pakken. Daarom kregen alle gezinnen een pakket mee met noodhulpgoederen.
Terug naar huis. Waar ze dit keer in veiligheid opnieuw gaan beginnen en hun leven weer gaan oppakken. 

 

 

Uit: Tot aan de einden der aarde - maart 2006

 

    colofon

Samen leven  in Gods wereld