|
|
|
|
ALGEMENE INFORMATIE OVER CONGO |
|
Lokale Tijd: |
|
|
Ligging: |
In het
hart van Afrika. Ons werkgebied is de provincie Katanga
in het zuidoosten van het land en de provincie Kassaï in
het midden van het land. |
|
Klimaat: |
Tropisch
landklimaat met gemiddelde temperaturen tussen de 20 en
30 graden |
|
Bevolking: |
Voornamelijk Bantoestammen |
|
Godsdienst: |
Ongeveer
de helft van de bevolking is Rooms-Katholiek, een kwart
is protestant. Ongeveer 10-20% van de bevolking hangt
een animistische (inheemse) godsdienst aan. |
|
Bestaan: |
M.n.
landbouw. Er is erg veel werkloosheid in Congo. |
|
Munt: |
De
Congolese Franc. De waarde van de franc is erg aan
inflatie onderhevig. In april 2002 was 1 Congolese Franc
0,3 eurocent waard. |
|
| |
|
|
Bedankt, dominee Kalonda, voor deze levensles
Alles van God
verwachten
door Wouter van
Veelen
“In het door oorlog verwoeste Congo voltrekt zich momenteel ’s werelds
dodelijkste humanitaire ramp. Maandelijks sterven 38 000 Congolezen. Sinds
1998 zijn bijna vier miljoen mensen omgekomen.” Met dit krantenbericht zit
ik achter mijn computer in mijn studentenkamer in Utrecht. Congo. Afgelopen
zomer ben ik er zeven weken geweest. Een impressie.
 |
|
Voetballen met jongetjes van de cité. |
Mijn reis naar Lubumbashi, de tweede stad van de Democratische Republiek
Congo, heeft drie doelen. Ik ga stage lopen bij De Verre Naasten om ervaring
op te doen met zendings- en ontwikkelingswerk. Verder wil ik voor mijn
studie theologie een onderzoek doen naar het bijbelgebruik van Congolese
theologen, dominees en priesters. Maar ik wil vooral een keer met mijn eigen
ogen zien hoe het leven is in een derdewereldland. Voordat ik vertrok zei
iemand tegen me: “You can leave Africa, but Africa never leaves you.” Het
zou inderdaad een onvergetelijke reis worden.
Op huisbezoek in de Cités
De stage bij De Verre Naasten bestaat onder meer uit een pastorale stage.
Het is de bedoeling om met dominees van de ERCC op huisbezoek te gaan bij
hun gemeenteleden. Met de dominees Mbayo en Shimbi heb ik heel wat bezoekjes
afgelegd. Op een dag neemt dominee Shimbi mij mee naar een van de armste
wijken van de stad: Kigoma. Negenennegentig procent van de mensen in deze
wijk is werkloos, vertelt Shimbi.
De mensen zijn straatarm. We bezoeken de gemeenteleden in hun piepkleine
huisjes, lezen uit de bijbel en bidden voor ze. De mensen zijn dolgelukkig
met mijn komst. Een blanke jongeman die helemaal uit Europa komt om te voet
hun wijk te bezoeken, zoiets overkomt ze nooit! Dominee Shimbi legt uit
waarom hij me heeft meegenomen: “Ik wil dat je dit met je eigen ogen ziet.
Dat je beseft wat deze mensen doormaken. De mensen lijden echt.”
Wonder boven wonder
 |
|
Dominee Mbayo loopt ontzettend veel door de stoffige wijken om
zijn gemeenteleden te bezoeken
|
“Gelooft u dat de wonderen die in de bijbel staan echt zijn gebeurd?” Ik
spreek voor mijn onderzoek met de zesenzestig jarige dominee Jean Nyembo.
“Maar natuurlijk!” is zijn antwoord. “Wonderen gebeuren nog steeds. Drie
weken geleden heb ik bijvoorbeeld nog een wonder meegemaakt. We gingen met
de familie in de auto naar de stad Likasi. Onderweg sloeg de auto over de
kop, wel drie keer! Maar iedereen was ongedeerd. En op de terugweg naar
Lubumbashi was er een barricade op de weg met soldaten. Ze begonnen te
schieten en we gingen steeds harder rijden, recht op die barricade af. En we
zijn er met de auto overheen gesprongen! C’était un miracle de Dieu.”
Gedurende mijn onderzoek krijg ik de vreemdste wonderverhalen te horen.
Mensen die over brede rivieren springen. Rebellen die zich in een zwerm
bijen kunnen veranderen. Doden die uit de dood opstaan. God doet nog steeds
wonderen, daar zijn deze mensen van overtuigd. En ik, met mijn westerse
verstand, kan het soms bijna niet geloven.
Vertrouwen op God
Tijdens een ander interview vertelt dominee Kalonda zijn levensgeschiedenis.
Vroeger was hij moslim. Hij had een goede baan bij een Congolese bank en
kreeg zelfs een betrekking in de hoofdstad Kinshasa aangeboden. Op een
gegeven moment is hij bekeerd tot het christelijk geloof en heeft hij
ontslag genomen. Hij wilde niet meer voor het geld, maar voor God werken,
zegt hij zelf. Kalonda is met helemaal niets begonnen. Nu is hij dominee van
een bloeiende Pinkstergemeente. Als ik hem interview zit hij met pretoogjes
achter zijn bureau dat vol met bijbels ligt. Zoals je elke dag moet eten en
drinken, zo moet je iedere dag de bijbel lezen, legt hij uit. Deze man is
letterlijk en figuurlijk “entouré de la Bible” - omgeven door het Woord van
God. Ik vraag hem naar zijn favoriete bijbeltekst. Dat is Johannes 6 vers
68: “A qui irions nous, Seigneur? Naar wie zouden wij gaan, Heer?” Deze man
vertrouwt volledig op zijn Heer en verwacht alles van God. Bedankt, dominee
Kalonda, voor deze levensles.
Hoop
Tijdens mijn stage en onderzoek spreek ik met allerlei mensen over de
situatie van het land. Elk gesprek komt op hetzelfde neer: het gaat bar
slecht met Congo. Zie het krantenberichtje aan het begin van dit artikel. En
toch: “Dieu va bénir ce pays,” zegt een van de werknemers van DVN een keer
tegen me. God zal het land zegenen. Ik ben verbaasd. Hoe kun je dat nou
zeggen, als je land zo diep in de shit zit? Maar er spreekt hoop en
verwachting uit. Diep vertrouwen dat God nog steeds dezelfde is. Wie veel
bidt, mag veel verwachten. Zo hebben deze mensen mij misschien meer
bemoedigd dan ik hen.
Daarom blijf ik bidden voor Congo. Niet uit wanhoop, want een christen
wanhoopt niet. Maar met de verwachting dat Jezus mijn gebed hoort en er iets
mee gaat doen. “Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist
zijn uitwerking niet.” (Jak.5:16) Bidt u met mij mee?
Deze zomer heb
ik in Lubumbashi stage gelopen bij De Verre Naasten en onderzoek
gedaan. De stage bestond uit het bezoeken van de projecten van
DVN. Daarnaast heb ik met dominees van de ERCC meegelopen. Voor
mijn studie theologie aan de Universiteit Utrecht heb ik in het
kader van Afrikaanse Theologie onderzoek gedaan naar het
bijbelgebruik van Congolese theologen, dominees en priesters.
Uitgangspunt van het onderzoek is dat de uitleg van de bijbel
niet vast ligt, maar cultureel bepaald is. Maar wat is dan een
goede en een slechte exegese? Hoe kan misinterpretatie voorkomen
worden?
De resultaten van dit onderzoek worden verwerkt in een
Masterscriptie.
Meer informatie: woutervanveelen@gmail.com |
Uit: Tot aan de einden der aarde - maart 2006
|