|
|
|
|
ALGEMENE INFORMATIE OVER CONGO |
|
Lokale Tijd: |
|
|
Ligging: |
In het
hart van Afrika. Ons werkgebied is de provincie Katanga
in het zuidoosten van het land en de provincie Kassaï in
het midden van het land. |
|
Klimaat: |
Tropisch
landklimaat met gemiddelde temperaturen tussen de 20 en
30 graden |
|
Bevolking: |
Voornamelijk Bantoestammen |
|
Godsdienst: |
Ongeveer
de helft van de bevolking is Rooms-Katholiek, een kwart
is protestant. Ongeveer 10-20% van de bevolking hangt
een animistische (inheemse) godsdienst aan. |
|
Bestaan: |
M.n.
landbouw. Er is erg veel werkloosheid in Congo. |
|
Munt: |
De
Congolese Franc. De waarde van de franc is erg aan
inflatie onderhevig. In april 2002 was 1 Congolese Franc
0,3 eurocent waard. |
|
| |
|
|
In een Afrikaans dorp loopt
je leven groot gevaar.
door: Jan Matthijs van
Leeuwen“Ik weet
dat men in het Westen heel sceptisch is over het daadwerkelijk bestaan van
toverij. Daarom heb ik voor mijn onderzoek echte tovenaars geïnterviewd.
 |
Ds. Crispin Kanbanga
|
Geen mensen die ’volgens
zeggen’ slachtoffer zijn, maar mensen die van zichzelf toegeven toverij te
bedrijven.” Dit zegt ds. Crispin Kabanga. Hij is predikant van de gemeente
Kanana in Mpiananganda, een klein plattelandsdorp in de provincie
Oost-Kasaï. Hij heeft zijn opleiding gekregen aan de Gereformeerde
Theo-logische School in Lubumbashi.
U hebt uw eindscriptie gemaakt over toverij en magie. Wat trok u zo aan
in dat onderwerp?
Toverij laat heel veel mensen in angst leven, zowel ongelovigen als ook
gelovigen. Veel mensen gebruiken daarom fétiches, magische middelen, om zich
tegen de bedreigingen van toverij te beschermen. Ik heb willen laten zien
dat God sterker is. Zo wil ik een helpende hand bieden aan christenen die
met het probleem van toverij worstelen.
Volgens u is er een relatie tussen het vele lijden hier in Afrika, en het
voorkomen van toverij.
In de perceptie van een Afrikaan komt lijden nooit vanzelf. Er is altijd een
oorzaak, heel vaak een persoonlijke oorzaak. In die zin, dat wanneer jou wat
ergs overkomt, iemand ’iets’ tegen je heeft gebruikt.
Om een diepgaand antwoord te hebben op het probleem van toverij, moet je dus
een christelijke visie op het lijden ontwikkelen. Wat is de diepste oorzaak
daarvan?
Het helpt al enorm om te constateren dat heel veel lijden niet door toverij
wordt veroorzaakt. Maar ook tegenover de reële bedreigingen van toverij mag
je als christen geloven dat God werkelijk sterker is.
Reële bedreigingen? Het gaat dus niet om bijgeloof?
Nee, de bijbel gaat trouwens ook uit van het bestaan van toverij. Gods volk
mag zich daar beslist niet mee inlaten – kijk bijv. in Deuteronomium 18. De
realiteit van toverij is daar niet minder om.
Voor de auteurs die het probleem behandelen, is het dan ook geen vraag of
toverij bestaat.
Hoe worden mensen tovenaar?
Er zijn twee manieren. Sommigen worden als tovenaar ingewijd. Zo wordt het
bijvoorbeeld van vader op zoon overgedragen. Anderen worden tovenaar,
doordat ze onbewust magische middelen binnen krijgen. Er is bijvoorbeeld
iets in hun eten gedaan.
En de daadwerkelijke toverij, hoe gaat dat dan in zijn werk?
De technische term is effigie (envoutement). De persoon op wie de toverij is
gericht, wordt gerepresenteerd. De tovenaar bemachtigt iets dat van die
persoon is – haren, afgeknipte nagels of een stukje kleding. Met dat stukje
wordt dan iets gedaan, dat op de persoon overslaat. Zo wordt het
bijvoorbeeld wel door het eten gedaan, waarna de kring van tovenaars het
opeet. Zij hebben dan werkelijk die persoon gegeten. Die persoon zal dan ook
sterven.
Wat een kwaad...
Mubengai, een Afrikaans theoloog, zegt heel terecht dat tovenarij daar
opduikt, waar de liefde ontbreekt. Toverij heeft een voedingsbodem in
jaloezie. Als iemand in het dorp zich ontwikkelt, of rijker wordt dan
anderen, wekt dat een enorme jaloezie op die vaak niet schuwt om toverij in
te zetten.
Heel veel mensen voelen zich dan ook bedreigd, en zijn constant met de vraag
bezig hoe zich te beschermen.
Dat is toch een heel ander beeld van ’het Afrikaanse dorp’. Veel mensen
denken toch dat in het dorp het leven nog niet is aangetast door de gekte
van de moderniteit, dat mensen nog in harmonie leven met de wereld om zich
heen, de natuur en elkaar.
Het is natuurlijk waar, dat je in het dorp geen last hebt van de harde
kanten van de moderniteit: corruptie, ongebondenheid, individualisme,
vervuiling. Maar de mensen trekken niet voor niets toch naar de steden.
Allereerst is het gewone leven in het dorp hard. Er is veel ziekte,
nauwelijks gezondheidszorg. Er sterven heel veel mensen.
Bovendien is er de constante dreiging van toverij. Dus als je je ook maar
enigszins ontwikkelt – en dus boven het maaiveld uitsteekt – dan trek je
naar de stad. Ook daar is het leven hard, maar veel veiliger.
Hoe zit dat dan met de veelgeroemde Afrikaanse solidariteit?
Die is er heus wel. Als ik ook maar iets te eten heb, dan deel ik het met
mijn verwanten. Als er iemand van de familie in de problemen zit, zullen
alle leden hun best doen, om hem te helpen. Maar tegelijk loeren er de
duistere machten van de magie, juíst in de familie.
Bent u bang geweest om dit onderwerp te behandelen?
Mijn medestudenten hebben wel gewaarschuwd op te passen. Door zo’n onderzoek
ga je wel heel expliciet de strijd aan met de duistere krachten. Er is in de
kring van de theologische school speciaal voor mij gebeden.
Aan de andere kant: de bedreiging van toverij was toch al in mijn leven
aanwezig. Omdat ik predikant ben, en omdat ik ten opzichte van het dorp mij
ontwikkel door mijn studie in Lubumbashi.
Hoe wordt een tovenaar herkend?
Soms geeft de persoon het zelf aan. Verder zijn er nog de féticheurs –
fetisjpriesters. Zij zijn als het ware ’contra-tovenaars’. Ze hebben de
gaven om tovenaars te ontdekken en om hun zwarte magie tegen te gaan.
Vandaar dat men bij hen ook wel spreekt van witte magie.
Kunt u zich een samenwerking voorstellen tussen de witte magie en de
christelijke kerk?
Nzuzi, een rooms-katholiek theoloog, verdedigt die optie. Witte magie zoekt
herstel van verhoudingen, stelt zich teweer tegen het kwade, dus kun je
zeggen dat witte magie hetzelfde nastreeft als God. Daarom moet je, volgens
Nzuzi, als christen niet aarzelen om ook de middelen van witte magie te
gebruiken.
Ik heb daar grote bedenkingen bij. Op die manier doe je tekort aan Gods
bescherming. Je geeft toe aan wat veel Afrikanen toch al in hun hart denken,
namelijk dat God te zwak is om tegen toverij te beschermen. Als christen
stel je je vertrouwen op de Here God, dus moet je geen hulp daarbuiten
zoeken. De eerste twee geboden van de decaloog maken dat al duidelijk.
U bent geschoold in de gereformeerde theologie, die zijn wortels heeft in
het zestiende-eeuwse Europa. Hebt u zodoende wel voldoende handvatten om
zo’n heel Afrikaans probleem aan te pakken?
De gereformeerde theologie heeft mij pas goed doordrongen van Gods
soevereiniteit. God heeft werkelijk alle dingen in de hand. Daaraan
verbonden is een werkelijk grondige en bijbelse visie op het kwaad en het
lijden. Volgens mij liggen daar heel belangrijke antwoorden op het probleem
van de toverij.
Om een voorbeeld te noemen: veel mensen zullen zeggen dat toverij zich
afspeelt op het vlak van de geestelijke strijd. Je zult dus een goede
theologie moeten hebben van de Heilige Geest, iets waar de gereformeerde
theologie niet in uitblinkt.
Hier zijn heel veel sekten die met rituelen in de naam van de Heilige Geest
toverij tegengaan. Bijna altijd gaat dat ook gepaard met een optimistische
kijk op het lijden. Zo van: als je werkelijk gelooft overkomt je geen kwaad
meer.
Zo’n theologie heeft een enorme aantrekkingskracht op de mensen, maar
uiteraard is dat van korte duur. Want wat als het kwaad toch toeslaat?
Ik mis hier alle respect voor Gods soevereiniteit. In de naam van de Heilige
Geest worden mensen gewoon gemanipuleerd.
Tot slot: wat zou u willen zeggen tegen de gelovigen in Europa?
(Heel beslist) Dat ze de realiteit van magie niet moeten ontkennen. Ik ben
bang dat de kerk in Europa vaak slachtoffer is van een onbijbels
rationalisme. Het is trouwens de vraag of de enorme technologische
ontwikkeling geen raakvlakken heeft met magie. Voor ons Afrikanen heeft het
daar alle schijn van.
Drs. Jan Matthijs van Leeuwen is rector/docent aan de Ecole Réformée de
Théologie in Lubumbashi, DR Congo, uitgezonden door de Gereformeerde Kerken
in de provincie Utrecht.

Kabondo Mulopo
heeft – om zijn eigen woorden te gebruiken – “Christus de rug
toegekeerd vanwege het vele lijden dat me is overkomen”. Na het
verlies van zeven kinderen is ook zijn vrouw overleden. Het meisje
op de foto is zijn dochter. Zij heeft toegegeven schuldig te zijn
aan de dood van haar moeder. Ze is heks geworden en heeft bij dat
ritueel “haar moeder geofferd”. |
uit: Tot aan den einden der
aarde - mei 2006
|