|
|
|
|
ALGEMENE INFORMATIE OVER CONGO |
|
Lokale Tijd: |
|
|
Ligging: |
In het
hart van Afrika. Ons werkgebied is de provincie Katanga
in het zuidoosten van het land en de provincie Kassaï in
het midden van het land. |
|
Klimaat: |
Tropisch
landklimaat met gemiddelde temperaturen tussen de 20 en
30 graden |
|
Bevolking: |
Voornamelijk Bantoestammen |
|
Godsdienst: |
Ongeveer
de helft van de bevolking is Rooms-Katholiek, een kwart
is protestant. Ongeveer 10-20% van de bevolking hangt
een animistische (inheemse) godsdienst aan. |
|
Bestaan: |
M.n.
landbouw. Er is erg veel werkloosheid in Congo. |
|
Munt: |
De
Congolese Franc. De waarde van de franc is erg aan
inflatie onderhevig. In april 2002 was 1 Congolese Franc
0,3 eurocent waard. |
|
| |
|
|
“Mensen, wat een werk!”
Tekst: Henk Venema
Foto Tjerk S. de Vries
We kennen Paulus’ woorden
zo’n beetje uit ons hoofd: “Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet;
alleen God is belangrijk, want hij doet groeien” (1 Cor. 3:7-9). Deze
woorden gaan over de persoon en de positie van de Evangelieprediker
(daarover was rivaliteit in Korinte). Maar die staan in direct verband met
zijn taak. Die taak is in feite maar heel beperkt. Zendelingen hebben
slechts de taak om - als “medewerkers van God” - te planten en te gieten.
God doet zelf het belangrijkste werk: de groei, de bloei en de oogst.
Slechts de taak?
Ik zei ’slechts’. Dat roept om misverstand. Het is niet mijn bedoeling om de
zendingstaak te minimaliseren: alleen maar dit en dan is het klaar. Ik wil
ook niet het zendingswerk kleineren: planten en gieten, een simpel klusje.
Ook ben ik er niet opuit om met het woord ’slechts’ te suggereren dat de
zendeling een zorgeloos bestaan heeft: dat doen we even. Integendeel. Laat
de uitvoerder van de zendingstaak niet belangrijk zijn, de taak zelf is dat
wel. Die taak is beperkt, maar veelomvattend en verantwoordelijk.
Ik en mijn akker
Kijk nu eens goed naar de foto. Niet met zo’n snelle blik van “O ja, een man
die de planten water geeft. Wel wat primitief daar in Congo, niet?” Maar
blijf kijken tot die man klaar is met zijn werk. En kijk ook eens wat verder
dan dat akkertje, naar de veldjes eromheen, het land verder weg. Loop naar
die man toe en ga met hem praten. Doe als hij. Beleef het mee. Wat zeg je?
Ja precies, dat wilde ik horen: “Mensen, wat een werk!” Laat de taak beperkt
zijn, slechts ’planten en begieten’, het is wel veel werk. Een
verantwoordelijke klus.
Met veel moeite heb je een akkertje gespit uit een veld vol struiken,
onkruid, stenen. De grond was hard en droog. Je rug deed zeer, je handen
bloedden. Zwaar werk. Eindelijk klaar. Toen ging je zaaien: mais, bonen,
kool, uien, bed voor bed. Je zaaide het zaad en pootte de stekken.
Om te kunnen kiemen en groeien had de jonge aanplant water nodig, veel
water. IJverig ging je aan het gieten. Niet één keer, niet twee keer, maar
elke dag bij zonsopgang en weer bij zonsondergang. Het water haalde je uit
de beek een halve kilometer verderop. Want de regentijd bleef uit. Als je
het een dag zou overslaan, omdat je moe was, zou alles voor niets zijn.
Gieten, gieten en nog eens gieten. En bemesten. En bewaken tegen vogels en
varkens en dieven. Mensen, wat een werk!
Medewerker van God
Zendingswerk, een beperkte opdracht, maar o zo belangrijk. Ondergeschikt aan
Gods eigen taak. Zijn werk is het belangrijkste. Maar kijk, God laat ons
niet maar een beetje meehelpen. Want het is toch zo: zonder zaaien en gieten
zal er geen groei zijn en ook geen oogst zijn. God geeft zijn medewerkers -
wij allemaal - een kleine, maar verantwoordelijke opdracht: planten en
begieten. Zwaar werk, nooit klaar.
“Mensen, wat een werk!” Maar God zegent. Hij geeft groei. Hij geeft oogst.
Hij geeft rust.
Hij bouwt zijn koninkrijk. En wij mogen hem daarbij helpen.
Uit: Naast/ oktober
2007
|