|
|
|
|
ALGEMENE INFORMATIE OVER OEKRAINE |
|
Lokale Tijd: |
|
|
Ligging: |
Oekra�ne
grenst o.a. Rusland, Roemeni� en Polen. |
|
Klimaat: |
Landklimaat. �s Zomers gemiddeld 5 graden warmer dan in
Nederland en 's winters 5 graden kouder. |
|
Bevolking: |
Oekra�ners
(72,7%), Russen (22,1%), Witrussen (1 %) |
|
Godsdienst |
Orthodoxe
Kerk, Rooms-Katholieke Kerk. Joden (kleine minderheid).
Protestanten (idem) |
|
Bestaan: |
|
|
Munt: |
1 hrieven
= � 0,25 euro |
|
| |
|
|
Via Bernard Brouwer komen Ugandese kerken dichterbij
Bernard en Maria Brouwer wonen en werken in Uganda, samen met hun vijf
kinderen; Job van 12, Anna van 8 (bijna 9), Jospeh van 4, Clement van 3 en
Joy Tabitha van 10 maanden. Ze hebben voor DVN in DR Congo gewerkt, Bernard
was daar coördinator en ze zijn na hunvertrek uit Congo vertrokken naar
Uganda om daar te gaan werken aan het versterken en in beeld brengen van de
bestaande contacten met de Presbyterian Church in Uganda.

Ver in het
binnenland van Uganda geeft Bernard Brouwer, samen met een collega, les in
het kader van het Mobile School Program.
Bernard is
theoloog en heeft een achtergrond in het onderwijs. aria. heeft een
achtergrond in het sociaal werk, o.a. in de verstandelijk gehandicapten zorg
en de verslavingszorg. In Congo heeft ze les gegeven en gewerkt in een
voedselprogramma voor straatkinderen in Lubumbashi. De kinderen Brouwer
volgen internationaal onderwijs, ze zitten op een leuke school, behalve Joy,
zij is nog thuis natuurlijk, maar de anderen gaan met veel plezier naar
school. Het sociale leven voor de kinderen speelt zich voor een groot deel
af op en rond de school. Er zijn naschoolse programma’s, waar met name Job
en Anna fanatiek aan deelnemen, Job doet vooral veel sportprogramma’s en
Anna is meer gericht op de kunstprogramma’s. De kinderen zijn ook wel
afhankelijk van deze naschoolse programma’s, want vrienden maken met wie ze
na school kunnen optrekken, is een lastige zaak. Vaak wonen vriendjes en
vriendinnetjes wijd verspreid over de stad en veel kinderen begeven zich
vooral binnen hun ‘eigen’ groep, waardoor ook de kinderen van Bernard en
Maria al snel afhankelijk worden van de Nederlandse gemeenschap in Kampala;
en die is niet zo groot als het gaat om kinderen. Dat maakt dat we als gezin
veel met elkaar optrekken, buiten de schooltijden. Dat is natuurlijk ook een
van de kenmerken van het leven in het buitenland, dat je als gezin veel
nadrukkelijker op elkaar betrokken bent en meer afhankelijk bent van elkaar.
Wat hebben jullie het afgelopen jaar gedaan?
Vanuit Congo zijn we naar Uganda vertrokken. Er bestaat al langere tijd
contact tussen DVN en de Presbyterian Church of Uganda (PCU). Er zijn
verschillende PCU-deelnemers geweest aan de IRTT-cursussen en ook zijn er
contacten tussen plaatselijke GKV-kerken en plaatselijke PCU-kerken. De PCU
had al langere tijd de wens te kennen gegeven dat ze het contact graag
zouden willen intensiveren, maar het ontbrak aan de mogelijkheden tot vorig
jaar. Omdat wij Congo moesten verlaten, kwamen wij beschikbaar voor een
termijn in Uganda. Het afgelopen jaar heeft vooral in het teken gestaan van
kennismaken en proberen een goed beeld te krijgen van de PCU. Ook binnen de
PCU wilde men graag weten wie DVN/GKv is en waar wij als organisatie en kerk
voor staan Tijdens veldbezoeken wordt weer eens duidelijk hoe enorm het
verschil in levensstandaard is tussen de gemiddelde broeder/zuster in Afrika
en in Nederland. Dat maakt een mens bescheiden; het is hoogmoed te denken
dat wij als Nederlanders kunnen begrijpen wat het betekent om mens te zijn
in Afrikaanse omstandigheden.
Daarnaast heb ik. lesgegeven op de predikantenopleiding van de PCU. Er zijn
eigenlijk twee vormen van onderwijs. De meest in het oog springende vorm is
het onderwijs dat wordt gegeven aan het Westminster Theological College in
Kampala. Dit is een voltijds opleiding op bachelors- en masters-niveau. Daar
heb ik. een aantal vakken gegeven. Naast deze vorm is er ook de ‘Mobile
School of Theology’. Dit is eigenlijk een rondreizende school die zich
vooral richt op het geven van nascholing aan predikanten en ouderlingen die
ver van de stad wonen en niet over de middelen beschikken om naar het
Westminster in Kampala te komen. Dan komen wij dus naar hen. Ik ben vooral
betrokken geweest bij het geven van lessen aan deze opleiding en aan het
meedenken over de organisatie van deze vorm van onderwijs.
Hospice voor kinderen
Maria: “Ik ben als vrijwilligster gaan werken op het hospice van
Kampala, op de afdeling voor kinderen en jongeren. Ik werk heel
direct in de begeleiding van deze kinderen en jongeren in het
vormgeven van hun leven als ze weten dat ze op (korte) termijn
zullen gaan sterven. Ik word daarin uiteraard veel
geconfronteerd met de gevolgen van hiv/adis, maar ook van heel
andere ziekten zoals bijvoorbeeld kanker. Er wordt vaak gezegd
dat de dood in Afrika een heel andere rol speelt in het leven
dan in het Westen en dat is ook waar; aan de andere kant geldt
hier net zo goed dat de dood veel verdriet en wanhoop met zich
mee brengt, Ik kom dat duidelijk tegen in haar werk.
|
Waarom zijn jullie
weer naar Nederland gekomen?
Wij zijn weer naar Nederland gekomen omdat het tijd was voor ons verlof.
Eigenlijk was onze verlofperiode gepland voor vorig jaar, maar dat kon toen
niet door gaan, vandaar dat we dit jaar op verlof zijn (geweest). Het is
heerlijk om na een paar jaren weer in Nederland te zijn en familie en
vrienden weer te zien. Het viel ons op hoe leuk Nederland eigenlijk is, we
hebben heerlijk in de vrijheid kunnen fietsen en wandelen en kunnen genieten
van de ‘gezelligheid’ in Nederland. Vaak realiseer je je niet hoe goed je
het hebt als je in Nederland woont, maar wij hebben er enorm van genoten,
dat geldt ook zeker voor de kinderen. De kinderen leven toch een leven met
beperkingen in Uganda. Ze kunnen niet zomaar even op straat lopen of spelen,
het grootste deel van het dagelijks leven speelt zich af achter het hek,
waar ze in Nederland gewoon vrij zijn om te gaan en te staan waar ze willen,
dat is echt een groot goed. Daar kwam bij dat we in een heerlijke omgeving
zaten; we hadden een huisje op camping ‘De Kleine Belties’ in Hardenberg,
dus we zaten midden in het bos en de kinderen konden genieten van alle
voorzieningen en dat gaf heel veel vrijheid en plezier. Daarnaast is het
natuurlijk heerlijk om iedereen weer te zien, er viel heel wat bij te
praten, zeker ook omdat wij als gezin na Congo nog niet in Nederland waren
geweest.
jullie zitten sinds half juli weer in Uganda. Wat zijn jullie hier van
plan te doen?
Weer terug in Uganda gaan we gewoon verder met ons werk. Het eerste jaar
heeft in het teken gestaan van de vraag:’Wie is de PCU? Passen wij als
partners bij elkaar in een samenwerkingsrelatie?’ Omdat op die laatste vraag
een bevestigend antwoord is gekomen, zal het nu veel meer gaan om vragen
als:’Wat kunnen we voor elkaar betekenen in een samenwerkingsrelatie? Hoe
moet een samenwerking eruit gaan zien? Welke verhoudingen liggen er met
andere samenwerkingspartners van de PCU?’ etc.
Ik zal weer les gaan geven en zal een rol spelen in een behoeftenonderzoek
dat binnen de PCU gehouden zal gaan worden om in beeld te krijgen wat de
mogelijkheden zijn en waar eventueel terreinen liggen waar DVN zou kunnen
ondersteunen. Verder zal ik me ook bezig houden met het ‘Mobile School
Program’, voornamelijk op het organisatorische vlak.
Wat
zijn jullie toekomstplannen?
We hebben met DVN afgesproken om nog voor een jaar terug te gaan naar
Uganda, dat betekend dat we volgend voorjaar definitief terug hopen te keren
naar Nederland. Onze kinderen komen op een leeftijd dat het voor hen tijd
wordt om in de Nederlandse samenleving in te stromen, vooral voor Job, die
bijna 13 is, wordt het leven in het buitenland wel erg saai. Hij verlangt
naar een bestaan als tiener en wil de dingen doen die daarbij horen, dat is
hier gewoon erg moeilijk. Bovendien willen wij ook graag dat hij nog een
paar jaar naar school kan in Nederland, dus dan wordt het tijd om terug te
gaan. Binnen afzienbare tijd gaan deze dingen ook voor Anna spelen.
Daarnaast hebben we ook gewoon veel zin om weer een bestaan in Nederland op
te bouwen, met alle voors en tegens die dat met zich meebrengt. Een doel
voor de komende tijd is om het werk en het leven hier op een goede manier af
te sluiten. Dat klinkt een stuk eenvoudiger dan het is, ben ik bang voor.
Vooral rondom het werk zullen er keuzes gemaakt moeten worden, waarop wij
kunnen anticiperen om het goed achter te laten, bijvoorbeeld:’ Komt er een
nieuwe uitgezondene of niet?’ Het maakt uiteraard nogal wat uit of het werk
overgedragen moet worden aan een Ugandese broeder/zuster of dat we een
nieuwe Nederlander moeten inwerken. Zo zijn er meer keuzes die gemaakt
moeten gaan worden. Ook voor DVN zijn dat spannende keuzes. We hebben met
zijn allen aangegeven dat we nieuwe wegen willen zoeken in onze manier van
werken; dit is een mooie gelegenheid om dat in de praktijk te gaan brengen.
Het is ons gebed en onze ‘droom’ dat het DVN lukt om een nieuwe richting te
vinden om door te kunnen gaan met het werk en dat de PCU uit kan groeien tot
wat zij in potentie is: een zelfstandige, gezonde, groeiende gereformeerde
kerk in haar Afrikaanse context.
|