NAAST/  Start | Informatie Naar wereldkaart | Home     

 

eerder gepubliceerd in het blad

of van voor oktober 2007 uit:
'Tot aan de einden der aarde':

 

Brief uit ...

Op bezoek bij...

Dokus

 

Andere artikelen uit;

2008

December

Oktober

September

Juli/Augustus

Juni

Mei

Maart

Februari

Januari

December

 

Oktober

September

Juli-Augustus

Juni

april

maart

februari

Januari

December

Oktober

September

Juli/Augustus

Juni

Mei

April

Maart


alles van Dokus voor DVN op en rij


 
 
 
 

 
 

 

 

 

 

 
Op deze pagina verschijnen nu de brieven van Joke Harryvan-Olijve aan haar vriendin Kathinka.
Het gezin Harryvan woont in Kiev, Oekraïne. Echtgenoot Cor Harryvan begeleidt voorgangers van de Oekraïns Evangelisch Gereformeerde Kerken. Samen hebben ze vier kinderen: Gerben, Jop, Nienke, Tobias. Wilt u reageren? jokeolijve@gmail.com.


Lieve Kathinka,

Weet je waar ik hier maar niet aan kan wennen? Hoe mannen met vrouwen omgaan. Aan de ene kant zijn ze zorgzaam en super galant. De deur open houden, op staan voor een vrouw in de metro, zware boodschappen voor je dragen.... Ook al vond ik dat in het begin erg overdreven, ik heb het leren waarderen. Ze zijn uitstekend in staat om je ’vrouw’ te laten voelen.

Aan de andere kant hebben ze een houding van ’de vrouw hoort achter het aanrecht’. Thuis de handjes laten wapperen , is er voor de meesten niet bij. Daar hebben ze hun vrouw voor. Cor wordt daarom door de Oekraïense vrouwen alom geprezen omdat hij altijd mee helpt met de afwas, als hij op bezoek komt.

Maar wat mij eigenlijk het meest irriteert is dat je als vrouw geen hand krijgt. Niet als ze binnen komen en ook niet als ze weggaan. Cor wordt uitgebreid begroet en beknuffeld en ik word volkomen genegeerd. Het zal allemaal wel cultuur zijn, maar ik kan er niet aan wennen. Er is trouwens ook niemand die mij kan uitleggen wat de diepere gedachte hier achter is.
“Het hoort bij onze cultuur”..... zal wel, maar wat mij betreft is de tijd rijp voor verandering.

Nog iets wat in deze categorie valt is dat ze hier van die leuke autostickers hebben. Een gevarendriehoek met binnenin een damesschoen, wat dus zoveel betekent als: ’Pas op, vrouw achter het stuur’. Dat plak je als vrouw toch niet achter op je auto !?!

Alhoewel.....
Laatst reed ik ’s avonds in de auto naar huis op een brede weg met vier banen. De auto voor mij stopte plotseling en ik moest er om heen. Ik dacht dat ik goed in mijn spiegel had gekeken. Maar terwijl ik om de auto heen ga, komt er een auto met een grote boog om mij heen. Hij gaat voor mij rijden en dwingt mij te stoppen. Er stapt een man uit die met grote stappen op mij afkomt.
Schuldbewust draai ik mijn raampje open en begin mijn verontschuldigingen aan te bieden.
Maar zodra hij mij ziet doet ie zijn handen omhoog, loopt langzaam achteruit en zegt: “Sorry, sorry mevrouw, ik dacht dat u een man was”. Hij draait zich om, stapt weer in zijn auto en rijdt weg!
......misschien wordt het toch tijd voor zo’n sticker.


Liefs Joke


Lieve Kathinka,

We wonen hier al weer meer dan vijf jaar. Onvoorstelbaar. Wat gaat de tijd snel. Regelmatig krijg ik de vraag of het ons hier bevalt. Van bekenden, maar ook van onbekenden op straat die merken dat je een buitenlander bent.

Ik beantwoord die vraag altijd met een volmondig ’ja’ . Ik heb me vanaf het begin als een vis in het water gevoeld hier. Ik geniet van de rommeligheid, de ongeorganiseerdheid en de onvoorspelbaarheid van het leven hier. Meestal dan.

Oekraïeners trekken vaak een wenkbrauw op bij dit antwoord. En dan komt er een uitleg waarom zij het leven hier niet zo prettig vinden. De gezondheidszorg en het onderwijs waar je tegenwoordig voor moet betalen. Wil je tenminste echt geholpen worden en echt goed onderwijs voor je kinderen krijgen. Een regering die alleen maar goed is in ruziemaken. De prijzen die stijgen, maar de inkomens niet. De corruptie. Van dat laatste hoorden we laatst weer een triest verhaal.

Onze klusjesman reed op een avond een dronken man aan die plotseling overstak. Gelukkig was er een getuige die kon bevestigen dat het niet zijn schuld was. Er wordt een procesverbaal opgemaakt en daarmee lijkt de zaak afgedaan. Maar een kennis van de man raadt hem aan toch een jurist in de arm te nemen. Je weet maar nooit en hij kent nog wel iemand.
De man gaat met de advocaat in zee, maar komt flink op de koffie. ’Zodra ik bij hem binnen stapte kreeg ik de strop om de nek,’ zegt hij zelf. Betalen moet hij en flink ook.
De kennis blijkt een oudgediende van de politie. En politie en advocaat werken samen. Het proces-verbaal blijkt opeens voor tweeërlei uitleg vatbaar. Onze man moet betalen voor elk jaar dat de advocaat hem uit de gevangenis kan houden. Hij kan geen kant meer op en dus betaalt ie. Zo gemakkelijk gaat dat. Groot onrecht, maar je staat met je rug tegen de muur.



Ik begrijp daarom die opgetrokken wenkbrauwen wel. Ik ben me er wel van bewust dat ik vanuit een betrekkelijk luxe positie praat. Natuurlijk hebben wij ook last van corruptie, slechte wetgeving , prijzen die stijgen. Maar wij hebben een dikke portemonee en een veilig vangnet. Wij kunnen altijd weer terug naar Nederland. En verder hopen en bidden we maar dat we er nooit zo ingeluisd worden als onze klusjesman.


Liefs Joke


Lieve Kathinka,

Wat moet ik je nu schrijven. Ons leven wordt nog steeds overheerst door het gemis van Eva. Ik heb nooit geweten dat verdriet zo overweldigend kan zijn. Het is er de hele dag.

Maar het gekke is dat ik juist in deze tijd ook een diepe dankbaarheid voel. Ik ben zo blij dat ik God ken. Ik las een boek over de hemel, waarin Billy Graham het voorwoord schreef. Hij vergelijkt daar ons leven met de ’Twin Towers’. Na de aanslag zijn die torens volledig ingestort maar bij het opruimen bleken de fundamenten nog helemaal intact . Zo kan het ons in het leven vergaan. Er gebeurt iets waardoor je het gevoel hebt dat je leven instort. Maar het geloof in God ligt als een stevig fundament daaronder. En dat is precies wat ik nu voel.



Het sterven van Eva confronteert ons ook weer eens met het leven in een ander land en een andere cultuur.... de hulp die niet kwam..... het respectloze van degenen die dagelijks met de dood omgaan.... de rauwe en niets verbloemende manier van begraven, wat ook weer iets heel zuivers heeft.



En hoe veel Oekraïeners met rouw omgaan. Vaak weten ze niet meer te zeggen dan ’Wees kalm’ en ’Hou je haaks’. En na de begrafenis is het helemaal voorbij. Mensen komen bij ons thuis en noemen haar niet, vragen nergens naar. Terwijl ze in onze beleving nog zo aanwezig is. Toen ik twee weken na het sterven van Eva in de kerk moest huilen vroegen mensen aan Cor:’Waarom huilt ze, wat is er gebeurd ?’

Ik doe mijn best om het te begrijpen. Er zijn hier veel mensen die een kind verloren hebben of man of vrouw. Ook in onze gemeente. Ze moeten toch weten wat ik meemaak, dat het na twee weken niet over is.
Af en toe proberen we daar voorzichtig over te praten. Hoe doen jullie dat en waarom?
En zo langzamerhand wordt ons duidelijk dat het een manier van overleven is.
Iemand wees ons op de geschiedenis van Oekraïne, van oorlog en onderdrukking, waarin de dood voortdurend aanwezig was. Dan is er niet veel tijd en ruimte om te rouwen en is het oppakken van je dagelijkse ritme misschien wel je grootste houvast.

Bovendien... als ik op de begraafplaats loop, waar Eva ligt en ik kijk naar de leeftijden, dan kom ik uit op een gemiddelde van tussen de 45 en 50 jaar.... hoe vaak staan ze hier bij een graf, ook nu nog.

Misschien dat dat ook wel iets van hun aversie tegen plannen en schema’s verklaart. Ik merk zelf dat ik voorzichtiger geworden ben met al te ver vooruit kijken. Vandaag is vandaag, morgen kan alles anders zijn.
Dus visies schrijven en grote plannen maken ....?

Zo de Heer het wil en wij leven. Zo is het.

Liefs Joke


Lieve Kathinka,

Voor ons huis staat een oude picknicktafel. Of beter gezegd ’stond’, want alleen het skelet is nog over. Lange tijd was het de hangplek van de daklozen in onze omgeving. Die vonden dat een heerlijke plek om even te zitten. We hebben dat altijd maar gewoon toegelaten.We hadden geen last van ze. Alleen als ze de tafel uitgekozen hadden om hun roes uit te slapen was dat geen prettig gezicht, maar verder...Zolang ze hun afval maar opruimden, vonden wij het wel best. Cor maakte wel es een praatje met ze. Over hun leven, wat ze meegemaakt hadden en hoe ze op straat terecht gekomen waren. Aan de ene kant interessant om te horen. Maar aan de andere kant, waren het opeens niet meer’de daklozen’, maar ’Lena ’ en ’Bogdan’. En daarmee kwamen ze gelijk een stuk dichterbij. Dus voorbij lopen zonder groeten was er niet meer bij.
Het is wel leuk hoor, dat je wordt begroet zodra je je schuttingdeur uitstapt. Maar bij mij leverde dat verschillende emoties op. Het lag een beetje aan mijn stemming of dat meeleven was: je zult tenslotte maar zo’n rotleven hebben; of gêne: daar kwam ik weer als rijke buitenlander uit mijn mooie huis stappen; of woede. Ik weet nog, dat een van hen een enorme hap uit zijn been had. Een straathond had hem gebeten. Het was al lekker aan het ontsteken en zag er niet uit.

Ik heb hem verbonden...maar niet met liefde. Ik was woedend. Terwijl ik de wond vol gooide met jodium, heb ik alleen maar op hem gescholden. Hoe dom hij wel niet bezig was en als ie zo door ging hij zijn been zou verliezen! En dat ie het niet in z’n hoofd moest halen om het geld voor de dokter aan iets anders te besteden! Achteraf verbaasde ik me over mezelf. Waarom werd ik zo boos? Ten diepste is het mijn eigen onmacht, denk ik. Ik kan wel tegen ze zeggen , ’je moet niet drinken, ga toch es werk zoeken’, Ik kan ze wel eten geven in plaats van het geld waar ze om vragen, maar daarmee los ik hun probleem niet op. Wat doe je als je geen werk hebt, geen dak boven je hoofd. En als je dan ook nog niet in God gelooft. Je leven dus geen enkele zin heeft en er geen hoop is op een betere toekomst. Ik geloof dat ik me ook regelmatig zou bezatten. Maar goed, de buren hebben mij van deze dagelijkse confrontatie verlost. Ze ergerden zich zo, dat ze onze tafel vakkundig gesloopt hebben. Eerst verdwenen de zitbanken, daarna is ook het tafelblad verwijderd.
Op een ijzeren skelet zit je niet lekker, dus probleem opgelost...... Nu zitten ze een straat verder op, voor zolang als het duurt.

Joke

 


Hieronder kunt u de brieven lezen van Idelette aan Annelies.
Door het stoppen van het werk in Congo komt ook aan deze brieven serie een einde.


Lieve Annelies,

Mijn laatste brief vanuit Congo...
Het is moeilijk en onwerkelijk om hier alweer afscheid te nemen. Ik heb gemerkt dat vooral de leuke en mooie dingen je bijblijven wanneer je ergens weggaat. Dat is nu ook zo;
Wat ik in elk geval erg ga missen is het mooie weer. Elke dag zon verbetert je humeur en zorgt ervoor dat de kinderen lekker veel buiten kunnen spelen.
Iemand zei van te voren tegen ons: ’geen dag is hetzelfde in Congo’ en dat is inderdaad waar. Het levert wel eens vervelende en moeilijke situaties op, waar je niet altijd op zit te wachten, maar aan de andere kant is er geen sprake van eentonigheid en houdt het het leven van elke dag wel spannend.
En dan de mensen hier. Ook dat is wel dubbel; ik heb vooral op straat veel moeilijke, agressieve en intimiderende mensen meegemaakt; dus het is niet alleen maar leuk geweest. Aan de andere kant is het heel erg boeiend om kennis te maken met een andere cultuur en te zien hoe de mensen hier leven. De uiting van het geloof in God is anders dan bij ons. Wanneer je niet laat zien dat je blij bent (door veel geluid, dansen, uitgelaten zingen) dan is er iets mis met je geloof. God is groot en wil dat wij hem de eer geven; dan blijf je toch niet stil op een stoel zitten! Daar zit wel wat in, vind je niet?
Ook een leuke kant aan het wonen in het buitenland is dat je deel uitmaakt van een internationale gemeenschap. Wilmar en Matthijs hadden vriendjes uit Congo, België, Duitsland, Frankrijk en ik zat op een bijbelstudie met een aantal Indische, Amerikaanse en Zuid-Afrikaanse vrouwen. Dat is erg verrijkend en zorgt ervoor dat ik anders tegen dingen aan ben gaan kijken. Ik wil proberen dat in Nederland ook vast te houden. Ook daar zijn genoeg mogelijkheden om in contact te komen met mensen uit een andere cultuur.
En niet alleen vanwege de leuke dingen hier is het moeilijk om weg te gaan, de reden waarom is het moeilijkste te accepteren en maakt dat we met pijn in ons hart straks deze stad en de kerk hier verlaten.
Tot zover mijn brief vanuit Lubumbashi, ik hoop je weer te zien in Nederland!
Groeten van


Idelette


Lieve Annelies,

Op de terugweg van onze kerstvakantie in Zambia kregen we een ongeluk. De auto vloog stuurloos over de weg en kwam aan de andere kant in een diepe greppel terecht waarbij de auto kantelde. Gelukkig zijn we er allevijf zonder ook maar één schrammetje uitgekomen. Hoewel het op een afgelegen plek was middenin de brousse zag het binnen enkele minuten zwart van de mensen. Een man of twintig die met elkaar de auto uit de greppel hebben getrokken en hem weer recht op de weg kregen. En vrouwen en kinderen die ons alleen maar aan stonden te staren en het erg vermakelijk vonden dat daar zomaar een muzungu (blanke) vrouw stond met drie kinderen, die nogal verdwaasd om zich heen stonden te kijken en te trillen op hun benen. Matthijs werd er boos om dat die mensen ons uitlachtten, maar ik maakte er maar van dat ze het erg goed bedoelen en ons wilden helpen. Ze zien daar ook niet elke dag een witte familie van zo dichtbij.
Het was geweldig om te merken dat er dan ineens zoveel mensen zijn die je willen helpen en met je meeleven. Ik kon mee terugrijden naar Lubumbashi met de kinderen in een pickup, waardoor twee andere inzittenden in de bak buiten in de regen zaten.


Bram kreeg hulp van een bevriende garagehouder die ’toevallig’ langskwam. De auto kon mee naar Lubumbashi op de truck. Dit was natuurlijk een enorme meevaller ware het niet dat na 1 kilometer het wiel van de truck afbrak.
 

 

Ook opvallend vond ik de reacties en het meeleven achteraf op kantoor van collega’s en werkers. Iedereen dankte God dat hij ons had beschermd. Eén van de mensen zei: “God moet wel veel van jullie hebben gehouden”. Een heel andere reactie was: “Het is wel duidelijk dat God deze vakantie niet gewild heeft”. We hadden namelijk nog meer pech gehad al vanaf het moment dat we van huis waren vertrokken, dus voor haar was het helder dat we beter niet hadden kunnen gaan. Het gebeurt hier veel; gebeurtenissen direct in verband brengen met de wil van God. Maar het blijft moeilijk hoe je het dan precies moet duiden.
Hoewel ik ook wel gedacht heb: “misschien was het beter geweest als we thuis waren gebleven” , ben ik achteraf toch vooral erg dankbaar dat God ons heeft bewaard.

Idelette


Ha Annelies,

Corruptie maakt een land kapot. In Nederland heb ik daar nooit over nagedacht, kon ik me eigenlijk niet zoveel voorstellen bij corruptie. Maar dan hier in Congo... Er zijn regels, maar men houdt zich daar vaak niet aan. Je kiest de manier die het meeste geld oplevert. Ik bedoel nu vooral de politie en de mensen die bij de grens werken. Het is echt waar; ze azen erop dat je iets doet wat verkeerd is in hun ogen, of dat je papieren niet in orde zijn en dan kost dat natuurlijk geld. Dit gaat gepaard met intimidatie: met veel gebaren en stemgeluid wordt duidelijk gemaakt dat er iets niet in de haak is. Ze vragen je rijbewijs, die je pas terugkrijgt wanneer zij tevreden zijn; als er een portier open is stappen ze in je auto en krijg je ze er niet weer uit. Je moet in elk geval betalen (en wanneer je hier nog maar pas woont is dat altijd teveel) en zij steken het geld in eigen zak. In Zambia werken ze eraan om corruptie tegen te gaan. Een mooi streven. Maar in de praktijk is het er wel, al gaat het veel subtieler. Er zijn politieposten waar je af moet remmen en door mag rijden wanneer zij het sein geven. Maar er zijn ook posten waar je altijd eerst moet stoppen. Dat wisten wij niet en er stonden wat militairen met elkaar te kletsen. Ze maakten geen stopgebaar, dus wij zwaaiden vrolijk en reden door. Maar dat viel helemaal verkeerd. We hadden moeten stoppen en zeker niet zo nonchalant moeten zwaaien. Ook deze mensen gedroegen zich heel intimiderend en ik kreeg het gevoel dat ze weer eens iemand te pakken wilden nemen. Dat maakt mij zo boos! Het was maar goed dat ik niet met ze in gesprek ging.Bram moest uit de auto komen en hem werd omstandig duidelijk gemaakt waar en wanneer hij had moeten stoppen. Ze hadden graag gezien dat hij hun wat geld gaf om wat te kunnen drinken, maar Bram heeft uiteindelijk zijn rijbewijs teruggekregen voordat hij hen ook maar iets betaald had.Sorry, dit is niet zo’n persoonlijke brief geworden, maar een heel betoog over hoe funest de corruptie in Afrika is, omdat dat me nogal bezighoudt. Natuurlijk komt het in Amsterdam ook voor; mensen die onder het bestaansminimum moeten leven; en allerlei manieren zoeken om aan geld te komen. Maar het erge en beangstigende hier is dat het juist de mensen met macht zijn die het doen. De hoop voor Congo moet waarschijnlijk uit een andere hoek komen....

Groetjes van Idelette


Ha Annelies,

Misschien zeiden jouw ouders dat vroeger ook: "denk toch eens na voordat je iets doet!". Daar moest ik aan denken toen ik de jongens naar school bracht. De regentijd is begonnen en ik reed over de weg die de dag ervoor voor de derde keer prachtig platgewalst was en nu één grote modderpoel. Ik begrijp de Congolezen soms echt niet: als je logisch nadenkt ga je toch geen nieuwe weg aanleggen als het regenseizoen nadert? Allemaal werk voor niets en zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen.

Zou het komen door de scholing die de kinderen hier krijgen? Tachtig kinderen in één lokaal met (bijna) geen materiaal, geen ruimte voor creativiteit, zelfstandig werken en zelf oplossingen zoeken. Juist die dingen waar bij ons zo op gehamerd werd toen we van de pabo afkwamen en als jonge juffies voor de klas stonden. Ik vond toen trouwens 25 kinderen al een opgave!

 

Of, zo zat ik verder te mijmeren in de auto, hebben ze een andere logica of andere prioriteiten dan wij? Als het gaat om dingen repareren, die wij allang weggegooid zouden hebben, zijn ze heel vindingrijk. Of om te kunnen leven met een groot gezin van E 30 per maand of minder en manieren te vinden om aan geld te komen. Misschien zit er ook een verband tussen; als al je energie gaat zitten in overleven en als het werk alleen maar een noodzakelijk iets is om aan geld te komen, blijft er misschien weinig energie en motivatie over om logisch na te denken en oplossingen te zoeken die het leven van anderen aangenamer kunnen maken. En dan voel ik weer dat bizarre contrast: als mijn leven aangenamer is op dat punt, betekent het dat ik in onze Landcruiser weer elke dag mijn kinderen binnen een redelijke tijd op school kan afleveren. En zij.....

 

Na deze gedachtenspinsels wil ik nog even een leuk voorval vertellen wat zich voordeed op diezelfde weg. De dag ervoor was de weg afgesloten. Ik reed een heel eind om en kwam verderop weer op de weg terecht waar ook een versperring was. Er stond een aantal mannen op wacht. Na wat heen en weer gepraat, waarbij ik in mijn beste Frans ze probeerde over te halen om mij door te laten, vroegen ze om een sigaret. Hoewel ik die niet gegeven heb mocht ik uiteindelijk toch doorrijden. En dat gaf me echt een kick. Ik ben nog lang niet tevreden over mijn Frans en toch is dat me gelukt!

Idelette.


Titia den Broeder schreef maandelijks een brief aan Daniëlle.
Hieronder kunt u die nog lezen.


Heej Titia!

Nou en dan nu eindelijk eens een bericht van mij!! Jullie zitten nu al anderhalf jaar in Afrika. Man, wat gaat de tijd hard. Ik lees altijd graag je brieven. Het leest lekker weg en je schrijft grappige maar ook ontroerende anekdotes. Ik vind het heel bijzonder wat jullie doen en hoe snel jullie je aanpassen aan zo’n land. Wat moet dat wennen zijn geweest! Dapper hoor! Ik zou het nooit en te nimmer kunnen. Afgelopen week hadden we groeigroep. We praten dan met een groepje van de kerk over een bepaald onderwerp. Dit keer is het onderwerp discipelschap. De vraag was op welke punten we meer op Jezus zouden willen lijken. Al pratend, vertelden Peter en ik ook over jullie. Alles achterlaten en Jezus volgen! En je weet eigenlijk niet wat je te wachten staat. Maar je vertrouwt op God. Hoe bijzonder allemaal.
En wat maken jullie een hoop mee.
Hier bij ons gebeurt ook het een en ander. Niet echt vergelijkbaar met de Afrikaanse situatie daar, maar voor jullie vast wel weer grappig om te lezen. We hebben nl. nu een heuse brugpieper (Michiel) in huis en dat is best wel leuk. Hij gaat lekker puberen, loopt dus met afgezakte broeken (ja dat is de huidige mode hier!) en leren ho maar. Wel zit meneer al binnen twee weken in de schoolband met basgitaar! Misschien een waardige opvolger van Gerrit!? Rick, de middelste, zit nou al weer in groep 7 en gaat ook lekker. Hij kan vreselijk goed diaboloën en geeft de gekste shows weg op allerlei (familie)feestjes. Morgen is er een talentenshow op school dus mag ie weer het podium op. En dan nog onze Renée. Zij wordt al weer bijna 5 en zit in groep 1. Ze kletst de oren van je hoofd, heeft veel vriendinnetjes en is vastbesloten later prinses te worden.
Peter heeft per 1 oktober een baan gekregen en heeft het erg naar z’n zin.. Drummen en bassen doet hij ook nog steeds volop. Dus die vermaakt zich prima. Tja, en dan ik. Ook met mij gaat het goed. Mijn creatieve uitspattingen zijn zo ernstig geworden dat ik een bedrijfje begonnen ben. Zie www.creadaan.nl. Snuffel maar eens rond dan zie je meteen wat ik doe. Maf, dat dat gewoon kan een paar 1000 km. verderop he?!

Nou meid, het ga jullie nog steeds goed daar en Gods zegen!  Liefs,
Daniëlle,


Ha die Daniëlle,

Ha, die Daniëlle,

Krijg je eindelijk het idee dat iedereen zo’n beetje terug is van vakantie, gaat iedereen alweer op herfstvakantie. Hier hebben we gelukkig geen last van herfstdepressies en zo. De afgelopen zomerperiode was voor ons ook wel lekker werken, omdat de scholen vrij hebben, en je dus veel met jongeren kan doen. We hebben net een jeugdcongres gehad. Dat is dan een paar dagen, over een thema dat ze zelf kiezen. Ze nemen ook vaak vrienden mee: relatie-evangelisatie, helemaal goed! Het is leuk om te zien hoe ze met elkaar omgaan, en hoe de vrouwen met grote potten staan te koken.

Er leven veel vragen over huwelijk en seksualiteit. Mensen trouwen vaak niet officieel; als je langer dan drie dagen met elkaar in huis bent, beschouwt men je als getrouwd. Dat levert soms natuurlijk wel ingewikkelde situaties op. Dat is wel iets waar we vanuit de kerk wat mee moeten, denk ik.

Deze week gaan we ons verder buigen over het schoolgeldproject. Het is lastig om dit goed vorm te geven. Want wie geef je? En hoeveel? En wat zijn precies de kosten die gemaakt worden op de scholen? Hoe kun je dat controleren? Het is nu zo dat de regering ervoor heeft gezorgd dat het basisonderwijs gratis is. We praten met een aantal mensen die in het onderwijs werken, en zelf redelijk belangeloos in het hele gebeuren staan. Eens zien wat het oplevert. Het gebeurt hier wel eens dat kinderen rond Kerst van school worden gestuurd, omdat ze nog geen contributie hebben betaald. Dat is balen, en ze schamen zich dan vaak ook erg.



De regen valt hier nog steeds met bakken uit de hemel. De wegen zijn slecht. Gerrit zat laatst vast met de auto. Vier man hebben een uur staan scheppen. Toen riepen ze met elkaar: “Au nom de Jésus!”, en het wonder geschiedde, de auto schoot los.


We hopen wel dat het snel droger gaat worden, want anders zal de oogst mislukken, omdat de gewassen gaan rotten op het veld. Je loopt dan het risico dat er hongersnood komt. De laatste keer was in ergens in de jaren tachtig, dacht ik. De lucht heeft hier vaak een vochtigheidsgraad van 90%, alles klam. Bovendien zijn er dan ook veel muggen, dus kans op malaria. Dan ben je wel blij als de tropenzon even doorbreekt.

Hartelijke groeten,

Titia
 


Uit: Naast/ - September 2007
Door: Titia den Broeder

 

Hoe is jouw zomervakantie geweest? Op de site van het ND zagen we afgelopen zomer nogal eens een weeralarm voorbijkomen. Hopelijk hebben jullie het een beetje droog kunnen houden. Hier in Bénin is het trouwens ook regentijd. Het water valt dan echt met bakken uit de hemel. Er zijn maar weinig mensen die daarover klagen. Ik kwam op het vliegveld aan en mompelde tegen een Béniner dat ik niet echt het mooie weer had meegebracht, waarop hij mij vertelde dat ze het hier in Bénin beschouwen als een teken van zegen! Welkom weer in een andere cultuur!
Het was even wennen in het begin, maar ik voelde me ook al wel snel weer thuis in Dogbo. Didi belde me al op toen ik nog in Cotonou was om alvast mijn stem te horen; dat was wel lief.

 

 


Er gebeurt ondertussen weer van alles. Zo ging op een dag de deurbel: stond er een vrouw voor de deur met een drieling. Haar man leefde niet meer en of we haar een beetje wilden helpen. Drie van die kleine koppies voor de deur. Wij vragen wat er nou precies aan de hand is dan. Ze zag er zelf ook ziek uit. Toen vertelde ze dat ze aids had. Ik dacht: in wat voor wereld leven wij. Wij konden eigenlijk niet meer doen dan wat geld voor eten geven, maar wat voel je je dan machteloos. Ik heb haar vastgepakt en samen hebben we erom staan huilen.

Er gebeuren soms ook grappiger dingen. Op de markt zagen we een man met een kruiwagen met een groot soort schedel lopen. Er lag een klein zaagje bij. Soms kwam er iemand en dan zaagde hij er een stukje af en deed het in een zakje. Toen we vroegen wat het was, vertelde hij dat het een olifantenschedel was uit Nigeria. Het is een medicijn tegen rugpijn. Malen in water doen en op de plaats des onheils smeren, genezing gegarandeerd! Dus als je rugklachten hebt, ik stuur je zo een zakje op. Het is maar dat je het weet.

We hebben ook een geslaagd iets opgestart! De eerste vrucht van onze stage in Congo. Daar lag een cursus klaar voor kinderbijbelschool. Gerrit heeft in elke gemeente iemand opgeleid: totaal vier bijeenkomsten. Resultaat: in elke gemeente draait nu weer een zondagsschool. Verhaal, praatje bij het plaatje, en wat dingetjes om te onthouden. Bijkomend voordeel is dat ook de volwassenen er veel plezier in hebben en zo ook veel bijbelverhalen leren.

Gaaf hè. Congo bedankt!

Titia


Uit: Naast/ - Juli-Augustus 2007
Door: Titia den Broeder

Raar om nu ineens vanuit Nederland te schrijven, want daar ben ik nu nog. Het valt me mee hoe snel ik weer de draad oppak in de eigen cultuur. Ik geniet van de vrolijke winkelstraten, moet lachen om de gestructureerde paden en stoepen.

Ik keek ervan op toen ik iemand op de fiets voor de bocht zijn hand zag uitsteken. Wat ik ook leuk vind is dat je gewoon even met iemand kan bellen, zonder dat je kaart opraakt, of de lijn het begeeft, hoogstens schrikt mijn vader zich straks een hoedje van de telefoonrekening...
Ik ben nu bezig met wat contacten hier, heb zo nu en dan overleg, of bezoek een vergadering. Verder probeer ik ons werk een beetje onder de aandacht van de mensen te brengen. Wel gaaf om mee te maken hoe mensen proberen mee te leven en mee te denken.

Het werk gaat ondertussen in Bénin gewoon door.

Twee mensen daar: Tossou en Marthe, zijn verantwoordelijk voor het alfabetiseringswerk. Ik heb, voor ik vertrok, een overleg met ze gehad. En nu gaat het zoals we hebben afgesproken. Daar ben ik trots op. Ik leer er ook van voor mezelf, om dingen ook aan de mensen daar over te laten en erop te vertrouwen dat het gaat lukken. Ik heb zin om te zien hoe het er nu voor staat!
Verder denk ik op dit moment veel na over armoede. Ik zie dat het hier ook voorkomt, meer dan me vroeger opviel. Een van de eerste artikelen die ik hier las ging over de voedselbank. Ik denk er nu steeds over na hoe armoede voor mensen hier is. Ik vind dat het hier ook moeilijk is. In Bénin is haast iedereen arm; dus je hoort bij de grote groep. Maar als je hier arm bent hoor je bij een minderheid. Je kunt niet zomaar mee met de anderen. En dat in een maatschappij waar veel dingen vanzelfsprekend lijken te zijn, en we erg bezig zijn met zorgen dat je gelukkig bent. Het lijkt me erg moeilijk. Je kunt beide landen natuurlijk niet zo maar vergelijken, maar het houdt me bezig. Ik ga er de komende tijd nog maar even verder over nadenken. Misschien heb jij er ook wel een mening over...
Het is goed om contact te hebben met het thuisfront. Ook over het werk. Het communiceert zoveel makkelijker als je tegenover elkaar zit. Maar ik verlang er ook wel weer naar om dat echte contact met mensen in Bénin te hebben.

Titia


Uit: Naast/ - juni 2007
Door: Titia den Broeder

Een stage naar Congo, dat klinkt leuk, en is ook leuk, maar voordat je in Congo bent, tsjongejonge, wat een reis: Eerst met de taxi van Bénin, door Togo, naar Ghana. In Ghana het vliegtuig naar Johannesburg. In Johannesburg het vliegtuig missen naar Lumbumbashi... En twee dagen moeten wachten op het volgende vliegtuig. Dankzij de vliegtuigmaatschappij belandden we in een vijf-sterren hotel. Wel vreemd als je met je stoffige tropenkleding dineert tussen verliefde stellen in gala en met rozenblaadjes op de tafel. Het hoogtepunt was toch wel het ontbijt, waarbij Gerrit tijdens zijn derde bord sushi opmerkte, dat heel Kpodaha er een week van zou kunnen eten.

Op het moment dat we bezig waren om onze stage af te ronden, hoorden we dat het slecht ging met mijn moeder. Zo snel als ik kon, ben ik naar Nederland gereisd. Gerrit is eerst nog naar Bénin geweest en week later ook gekomen. Na drie weken is ze overleden. Het is allemaal wel heftig, moet ik zeggen. Ook om straks weer terug te gaan. Nu we in Nederland zijn, is het wel bijzonder om te merken hoe mensen met je meeleven en meebidden.
Gerrit was op een gegeven moment bijvoorbeeld naar Anton, de professional hairstylist (de kapper), gegaan omdat zijn haar zo langzamerhand wel een erge jungle-look begon te vertonen. Raakt hij een beetje in gesprek met die kapper. Is ’tie klaar, vraagt hij aan de kapper hoeveel het kost. Maar de kapper trekt zijn kassa-lade open en trekt er vijftig euro uit. ’Voor de mensen in Bénin’, zegt hij, ’en als je me wat wilt betalen, doe je dat geld er maar bij’.

Trouwens, tijdens onze stage in Congo heeft Didi, onze huishoudster, voor het huis en de hond gezorgd. Dat ging allemaal prima vertelde ze. Alleen heeft ze wel een nieuw gebit nodig... Ze ging even eten buiten op het balkon, en legde haar gebit op de tafel. En wie komt daar aangelopen, onze Remy. Hij snuft even, en hap, hij kauwt lekker op haar tanden ...
 


 

Na een jaartje Bénin is er hier in Nederland verder eigenlijk niet zo heel veel veranderd. Alleen waren we de eerste zondag braaf met het Liedboek, de Negentig Gezangenbundel, en alle andere bundels naar de kerk gegaan, blijkt ineens iedereen in de kerk te zitten met een of andere blauwe bundel. En wij maar zoeken ...

Titia

 


Uit: Naast/ - april 2007
Door: Titia den Broeder



Ik schrijf je vanuit ons nieuwe huis! We hebben weer ik weet niet hoeveel mensen over de vloer gehad. Alles wordt hier voor je gemaakt, je koopt niet je hordeuren bij de bouwmarkt, maar ze worden ter plekke gemaakt door de timmerman.
Vanwege de verhuizing hadden we een elektricien gevraagd de stroomgenerator aan te sluiten. Wij zijn namelijk echt van die twee-linker-handen-types. Gerrit krijgt al een schok van 220V als hij ergens een nieuw lampje indraait.
Maar of de elektricien nou zo’n handigerd was... Na veel gedoe had hij het eindelijk voor elkaar. Maar wij hadden al een beetje onze twijfels. Dus op een gegeven moment viel de stroom weer uit en wij zetten de generator aan. Op zich werkte het prima. Maar toen de stroom weer terug kwam, had iedereen stroom, behalve wij. Wat bleek? Hij had met onze generator de elektriciteitsmeter opgeblazen. En Gerrit maar heen en weer rijden en aan iedereen bijbels beloven om een nieuwe elektriciteitsmeter geplaatst te krijgen.
We hebben ook een nijlpaardenjong gezien. Was wel zielig. Zijn moeder was nergens te bekenn
en. Waarschijnlijk gestroopt en opgegeten. Nijlpaardenvlees schijnt lekker te zijn. Het kleine nijlpaardje was waarschijnlijk over het hoofd gezien. Er zijn wel mensen die hem hebben geprobeerd met koeienmelk te voeden. Maar het beestje heeft het niet gered, helaas.
Twee weken terug hebben we een bijzondere zondag gehad in Cotonou. Twee kinderen werden gedoopt en Zacharie, de broer van een ouderling, wilde belijdenis doen. Maar hij is zo verlamd, dat hij eigenlijk niet van zijn bed af kan. Dus het zou in zijn huisje plaatsvinden. De kerkenraad had Gerrit gevraagd het allemaal te begeleiden. En zo vertrokken we na de dienst al zingend met een groep mensen naar zijn huisje in één van de sloppenwijken in Cotonou. Maar, hoe krijg je zoveel mensen in zo’n klein huisje? Gelukkig zijn Afrikanen daar experts in, dus de meesten vonden wel een plekje. Ondertussen werd het warmer en warmer. Gerrit staat daar al zwetend naast het bed van Zacharie. Op een gegeven moment steekt Zacharie zijn hand uit en pakt een waaier, en met zijn ene goede arm gaat hij Gerrit koelte toe wuiven. Dat was echt om kippenvel van te krijgen, zelfs met die temperaturen.

Titia


Uit: Naast/ - maart 2007
Door: Titia den Broeder

Hier weer een bericht van mij. Op de achtergrond klink voor mij het `gezellige´ gebrom van de generator. Er zijn problemen met de stroomvoorziening, door schulden van Bénin aan Ghana, waar onze stroom vandaan komt. Dat bezorgde me vanmorgen al een lekker bakkie met zure melk, brr.

Momenteel ben ik druk met het voorbereiden van de officiële examens van de alfabetisering. Ik bezoek ook de groepen die les hebben. Als ik daar vrouwen van rond de dertig zie proberen letters op papier te krijgen, komt mijn leraarsinstinct weer helemaal boven drijven. Ik vind het zo dapper om er helemaal voor te gaan, zeker als je volwassen bent. Nu ik zelf weer vreemde talen aan het leren ben, begrijp ik ook weer hoe het is om nieuwe dingen te leren; dan voel je
je soms zo klunzig..



Heb je trouwens wel eens iemand zien rijden met een varkenskop? Op de voorruit dan. Hier kan dat! Zo maar in Dogbo. Die hele auto zat volgeladen met varkens, in de kofferbak, maak ook op het dak. En eentje hing precies met zijn kop voor het hoofd van de bestuurder. Je zal er maar de hele tijd tegenaan moeten kijken... Bij jullie zou de Partij voor de Dieren er natuurlijk direct een vegetarisch saté-stokje voor steken. En eerlijk gezegd, het is ook wel een beetje zielig.

 


Het huurcontract van het nieuwe huis is ook eindelijk geregeld. Je moet ermee naar het gemeentehuis en weet ik al niet meer. Op het gemeentehuis kregen we nog een stuk ontzettend beschimmelde Nederlandse kaas van de burgemeester. Dagbo, waar wij wonen, heeft een partnerschap met Ridderkerk. Dus vandaar. Maar gezien
de schimmel was de kaas niet zo aan de burgervader besteed. Na wat snijwerk bleef er gelukkig nog best een acceptabel stuk kaas over. Met een beetje basilicum uit de tuin hebben we er wat pesto van gemaakt.



Gerrit gaf van de week preekles in Kpodaha; naderhand vraagt de ouderling hem wat water te blijven drinken. Maar vanuit zijn ooghoeken ziet Gerrit ineens wat stiekem heen en weer geschuif met een tafeltje, kleedje erop. Krijgt hij konijn te eten! Ze hadde
n er eentje geschoten in het veld. C’est l’Afrique! Als je iets hebt, dan deel je dat. Zelfs al is het een graatmager konijn. van zo’n gebaar kan je soms best stil worden, vind je niet?

Titia
 


Uit: Naast/ - Februari 2007
Door: Titia den Broeder

Ik ben blij dat Kerst en Oud en Nieuw weer voorbij zijn. Het zijn van die typische heimwee dagen. In gedachten bedenk ik steeds wat iedereen aan het doen is. Vooral als je bedenkt dat je hele familie bij elkaar zit, en je daar zelf niet bij bent. Echt, zelfs het gourmetten ga je nog missen. Vreemd genoeg, komt het hier in het hoofd van geen enkele Béninees op dat je wel eens je familie zou kunnen missen. Tenminste niemand die ernaar gevraagd heeft.

Kerstnacht is hier wel dichterbij het evangelie dan in een grote nieuwbouwkerk in Nederland. We komen het kerkje binnen, en er branden olielampjes. Kinderen liggen op matjes te slapen. Een oudere vrouw zit op een matje, ze kan niet meer goed lopen. Af en toe met zingen trekt ze zich even op omdat ze mee wil dansen. Voor mijn gevoel is het enige wat nog ontbreekt het kribje. Ik heb mijn gitaar mee, en leer ze nog een lied, altijd leuk.


Ik kan daar wel van genieten tijdens de kerkdiensten hier, gewoon doen wat in je opkomt.
Dat ligt mij wel.

Laatst hadden we een dienst van alle gemeentegroepen in de Couffo/Mono. Het was een feestelijke aangelegenheid, want dit keer was het ook dopen. Op een gegeven moment pakt de voorganger een briefje met de namen van alle dopelingen en leest ze voor. De genoemde ouders nemen hun kinderen mee naar voren. Opeens horen we een kreet door de gemeente gaan, en daarna een hoop gelach. Natuurlijk heb ik niet precies in de gaten wat er gebeurt, dus vraag in gebrekkig Adja aan de vrouw naast mij wat er aan de hand is. Blijkt dat één van de doopouders zijn kind is vergeten mee te nemen! Die is vrolijk achtergebleven in het dorp. Koko, de vader vraagt hoe dat nu moet. Er zit niets anders op dan wachten op de volgende keer! Aan het eind van de dienst gaan alle moeders met hun kinderen naar voren, ze knielen neer op de grond en worden gezegend. Een mooie manier om kinderen bij de dienst te betrekken, het heeft veel indruk op mij gemaakt.

De mensen van de kerk hebben ons gevraagd ze iets te leren over het gebed en gebedsavonden. Dat is ook wel nodig: toen we er laatst één bezochten werden naast God ook allerlei heiligen en engelen aangeroepen. Er is dus genoeg om over door te praten.

Titia


Uit: Naast/ - Januari 2007
Door: Titia den Broeder

Af en toe heb je het als vrouw gewoon even nodig om te shoppen. Zaterdag had Gerrit vergadering in Cotonou. En ik dacht: laat ik ondertussen mijn kans pakken. Hier in Dogbo houdt het wel op bij een paar kruideniersachtige winkeltjes, wat plastic zooi, en een man die rondloopt met een bord vol Jezus-stickers.

Na dik twee uur rijden zijn we in Cotonou. We rijden door het stadscentrum en worden links en rechts ingehaald door taxibrommers, die uit alle hoeken en gaten tevoorschijn komen. Gerrit prikt de auto op een plaatsje, en ik kan uitstappen. Meteen slaat het zweet natuurlijk weer uit al mijn poriën. Plotseling springt er iemand voor mijn neus ‘Madame, Madame’, of ik kaarten wil kopen. De verkoper wil naar zijn moeder en wat geld voor haar meebrengen, of ik dan …of pinda’s, of slippers, of toch een zonnebril? Vriendelijk lachend, en ‘Nee dank u’-zeggend, bereik ik de deur van de soort drogisterij, die ik op het oog had. Binnen voelt het wat vertrouwder, bekende merken, bekende producten, een paar bekende gezichten. Eigenlijk allemaal blank op een enkele rijke Beninees na. Even later sta ik buiten met mijn tasje vol geluk. Maar ik heb hetzelfde gevoel dat je wel eens hebt als je na een film in de bioscoop ineens weer buiten staat: een heel andere wereld.

Ik besluit een taxibrommer te nemen naar het Missionary Guesthouse waar ik met Gerrit heb afgesproken. Ik ben er al weer moe van. Op de hoek van de straat koop ik nog wat pindakoekjes van een vrouw met een stalletje. Kost me 100 franc, zo’n 15 eurocent. Van de winst kan ze waarschijnlijk precies een bord rijst kopen. Als ik er nog eens over nadenk geeft deze aankoop mij meer voldoening dan het tasje drogisterij-spullen uit de stad. Op zo’n moment denk ik dan wel een beetje met weemoed aan ‘gewoon’ een dagje Rotterdam, zonder schuldgevoel. Hier zit ik toch altijd met de gedachte, dat ik er binnen de kortste keren een maandsalaris van de mensen hier uitgeef.

Groetjes, Titia


 

 

    colofon

Samen leven  in Gods wereld