|


|
|
Die zending wordt
meestal uitgevoerd door een groep GKV-gemeenten in een bepaalde regio. Zo
werken de Utrechtse kerken in Congo en de Gelderse kerken in Oekraïne.
Alle kerkleden in de desbetreffende regio dragen bij in de kosten doordat
ze, via de kerkenraden, worden aangeslagen voor een bepaald quotum ‘per
ziel’. Bijv. € 25,- per jaar. Voor ieder lid maakt de kerk(enraad) jaarlijks
het vastgestelde bedrag over aan de zendende instantie. De kerk(enraad) kan
dit geld op verschillende manieren bij elkaar krijgen: collectes, onderdeel
van VVB, acceptgiro’s enz.
Zending is een verantwoordelijkheid van de kerk, dus zorgt zij ook dat het
werk financieel mogelijk is.
De Verre Naasten (DVN) is het ‘Instituut voor Zending, Hulpverlening en
Training binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt’. Voorheen was DVN een
vereniging, waarvan men lid was. Men betaalde dan jaarlijks – uiteraard
vrijwillig - een bepaalde donatie. De vereniging DVN deed voornamelijk
barmhartigheidswerk: medisch werk, onderwijs, landbouw en dergelijke zaken,
aan te duiden als ‘daad’werk.
De laatste jaren is binnen gereformeerde kring
het idee gerijpt dat zowel Woord als daad beide een taak van de gemeente
zijn. Dat betekent dat ook het barmhartigheids/ontwikkelingswerk van DVN een
taak van de kerk is. Dat is bevestigd door de Generale Synode van Leusden in
1999.
Inmiddels omvat het werk van DVN naast dit ‘daad’-werk ook veel kerkelijk
opbouwwerk (bijbelvertaling in bijv. Benin en opleiding van voorgangers in
Venezuela en op Sumba).
Het DVN-werk valt nu onder verantwoordelijkheid van de Deputaten Zending,
Hulpverlening en Training.
Het lijkt voor de hand liggend dat vervolgens ook een quotum voor het
DVN-werk zou worden geheven. Hiervoor is bewust niét gekozen. Gereformeerd
Nederland lijkt niet alleen quotum-moe, maar bovendien hecht De Verre
Naasten eraan om de bijdragen op vrijwillige basis binnen te krijgen.
Vandaar dat van ieder ‘adres’ (ook wel pastorale eenheid genoemd) een
donatie wordt gevraagd (richtbedrag € 50,-).
Kortom:
voor het werk van de ‘Zending’ wordt per jaar per ziel een vast bedrag
gevraagd (bijv. € 20) en voor het werk van De Verre Naasten per adres een
vrijwillig bedrag (bijv. € 60).
Samenwerking
Ieder gemeentelid heeft dus met twee ‘instanties’ te maken, waar het
gaat om de hulp in het buitenland: de regionale zendende instantie en De
Verre Naasten. Dit zal (voorlopig) wel zo blijven. Wel is er in de meeste
regio’s een samenwerking ontstaan tussen zending en DVN.
Nemen we de kerken in de provincie Utrecht maar weer even als voorbeeld:
Spakenburg-Z is de zendende instantie, die namens de kerken in de provincie
drie zendeling-docenten uitzendt naar Congo. De Verre Naasten realiseert in
Congo micro-kredietprgramma’s, onderwijs, alfabetisering,
gezondheidsvoorlichting enz. en heeft momenteel twee Nederlandse gezinnen
uitgezonden. In Congo wordt door een team van zowel Congolese stafleden als
Nederlandse uitgezondenen, in samenwerking met de Congolese gereformeerde
kerken (ERCC) beleid ontwikkeld. Dat wordt in Nederland door de
Congo-commissie van Spakenburg-Z en De Verre Naasten beoordeeld en
vastgesteld en vervolgens in een samenwerkingscontract met ‘Congo’
vastgelegd en tenslotte uitgevoerd. Samenwerking volop dus.
De samenwerking in het werk in Benin (West-Afrika) is nog inniger. Daar is
sprake van één beleidscommissie in Nederland en één team in Benin, met één
werkgever.
Voorbeeld:
wie in Driebergen (prov. Utrecht) woont betaalt via het zendingsquotum
mee aan de opleiding van Congolese predikanten (Nederlandse docenten op de
theologische school in Lubumbashi, ERT) en aan bijv. hulp bij kerkbouw in
een van de ruim 200 (vaak kleine) gemeenten. Is hij/zij donateur van DVN dan
betaalt hij mee aan alfabetisering, landbouwvoorlichting, gezondheidszorg in
Congo, maar ook aan gezondheidszorg in India, aan onderwijs in Venezuela,
aan bijbelvertaling in Benin, aan vluchten van de MAF in Papua. Want De
Verre Naasten werkt in ruim tien landen en soms daar waar geen kerkelijke
zendende instantie activiteiten ontplooit, zoals in India.
Plaatselijk
Dat ‘DVN in de kerk gezakt is’, zoals iemand het noemde, en dat ‘Woord
en daad’ nu niet meer afzonderlijk verkrijgbaar zijn, heeft ook
consequenties op plaatselijk niveau.
Tot voor kort vond je in vrijwel iedere gemeente een zendingscommissie.
Daarnaast was er een plaatselijke afdeling van De Verre Naasten of op z’n
minst een plaatselijke DVN-correspondent.
Gezien het bovenstaande is het logisch dat ook in de gemeente samengewerkt
wordt, dat er geïntegreerd wordt. En dat de gemeenteleden één aanspreekadres
hebben.
Daarom hebben deputaten Zending, Hulpverlening en Training, samen met de
regionale zendende instantie, aan de kerkenraden gevraagd een ‘commissie
zending en hulpverlening’ in te stellen. Daarin kunnen dan de activiteiten
opgaan van de zendingscommissie en de plaatselijke DVN-afdeling. Belangrijk
advies aan de kerkenraden is om in zo’n Z&H-commissie ook een afgevaardigde
van de diaconie uit te nodigen. Dit ook met het oog op wat de GS Leusden
uitsprak nl.: ‘ook de diakenen hebben in dezen de taak de gemeente op te
wekken tot meeleven, gebed en steun.’
Tot de taken van een Z&H-commissie behoren in de eerste plaats het
(door)geven van informatie over het zendings- en hulpverleningswerk en het
motiveren van de gemeente. DVN en de zendende instanties zorgen ervoor dat
de Z&H-commissies over voldoende informatie(kanalen) en materialen
beschikken voor het organiseren van presentaties (bijv. avonden en
zendingszondagen). Daarnaast stimuleren de Z&H-commissies de fondsenwerving.
Ook op het gebied van voorlichting wordt door DVN en Zendende Instanties
intensief samengewerkt. Dit betekent dat in veel gevallen de voorlichters
ook beide – zending en hulpverlening – niet apart aanbieden.
IRTT ook bij DVN
Een onderdeel van De Verre Naasten is ook de afdeling IRTT,
Intercultural Reformed Theological Training. IRTT
leidt zendings- en DVN-uitgezondenen op. Daarnaast organiseert IRTT
theologische trainingen voor kerkleiders in voornamelijk Afrika en Azië,
zowel in Nederland als op locatie. Dit onderdeel van het werk wordt
gefinancierd door de kerken (via een landelijk quotum).
Ingewikkeld?
Ja, het is misschien een beetje een ingewikkeld verhaal. Op dit moment
kunnen we het niet eenvoudiger maken. Belangrijk is wel dat via deze wat
lastig uit te leggen structuren geweldig veel mooi werk wordt verricht ten
behoeve van onze naasten in andere landen. Over de inhoud van dat werk kunt
u elke maand lezen in “Tot aan de einden der aarde”, en in andere
publicaties.
We hopen dat u door het lezen van deze brief meer duidelijkheid heeft
gekregen voor de organisatorische structuur, zodat u beter kunt meeleven en
bijdragen aan de inhoud van het werk van Christus’ kerk in deze wereld. |